zondag 14 december 2014

VSO Phnom Penh



Rijksweg N7  Phnom Penh - Laos



Vorige week waren we in Phnom Penh voor de jaarlijkse bijeenkomst van VSO vrijwilligers.
Op maandag 1 december vertrokken we om 7.00 uur met de ‘minivan’. We zien vaak dit soort busjes afgeladen met zo’n 15 man en grote pakken bagage achter- en bovenop door onze staat scheuren. De gewone bus vertrekt weliswaar om dezelfde tijd maar doet er ruim 12 uur over terwijl de minivan het traject aflegt in ongeveer 7 uur.
Aangezien we met 7 VSO-ers uit Stung Treng waren hebben we voor $110,= het hele busje afgehuurd zodat we enigszins comfortabel de lange rit konden reizen. De chauffeurs hebben de neiging om een straf tempo te rijden en luid toeterend haalt onze man dan ook het ene na het andere vehikel in. Ondanks dat de snelheid niet echt hoog is verbaasd het niet dat het aantal verkeersongelukken in Cambodja de laatste jaren sterk is gestegen. Moderne tijden maar geen moderne wegen.  





Na Kratie keken we onze ogen uit want daar bleek Cambodja vele malen groener dan onze provincie Stung Treng. We zagen water en grote akkers waar de rijst nog welig groeide terwijl bij ons de kleine akkertjes er inmiddels uitgedroogd bijliggen. Veel meer bevolking en dorpjes langs de weg en het lijkt wat minder armoedig dan bij ons. We zitten inderdaad in een van de armste delen van Cambodja.





Om ongeveer 15.00 uur kwamen we in Phnom Penh aan. Het hotel waar we bij aankomst in Cambodja twee weken gelogeerd hadden bleek volgeboekt en we zijn op aanraden van Biju en Sophea met hen meegegaan naar een ander hotel. Volgens Biju schoner dan ‘Burly’s’ maar onze kamer bleek kleiner en net zo smerig. Voordat we er introkken moest eerst de ventilator van een dikke laag vuil en stof ontdaan worden. Het uitzicht was precies hetzelfde, namelijk een blinde muur op zo’n halve meter afstand. Tsja, Phnom Penh, parel van Azië.


Dinsdag, woensdag en donderdag VSO bijeenkomsten. De eerste 3 dagdelen in de verschillende programmagroepen daarna gemeenschappelijk. Aangezien VSO Cambodja besloten heeft om met haar ‘Health’ programma te stoppen waren onze bijeenkomsten niet zo inspirerend. De ‘Health Volunteers’ gaven presentaties over wat ze nu aan het doen zijn maar het hoofdonderdeel was nadenken over hoe we de boel netjes kunnen gaan afsluiten. En of we onderdelen kwijt kunnen in andere programma’s zoals onderwijs en bestuur dan wel overdragen aan NGO’s die nog wel geld in gezondheidszorg stoppen. Niet zo fijn, trekken aan een dood paard.


Ans en Sophea
De contracten van de 5 medewerkers lopen eind maart 2015 af en dat maakt zo’n bijeenkomst niet aantrekkelijk. Vreemd genoeg kan Ans wel verder.
In ieder geval wordt haar contract verlengd tot juli 2015 en er wordt geld gevraagd voor nog een verlenging van 1 jaar waarna in juli 2016 de deur voor ‘Health’ definitief op slot gaat. Of wij daadwerkelijk met een jaar willen verlengen is natuurlijk nog maar de vraag en zeker niet iets waarover met name Martin nu al wil beslissen. Eerst maar eens zien hoe we daar in maart of april overdenken. Zeker is dat het programma niet wordt voortgezet door VSO en Ans wat dat betreft het licht mag uitdoen.


De reden dat VSO in Cambodja stopt met haar gezondheidszorgprogramma blijft enigszins onduidelijk. Men stelt dat het minder succesvol is en dat het lastig is om Volunteers te vinden. Wanneer we enkel kijken naar moeder- en kindzorg kunnen we wel onderschrijven dat het programma niet uitblinkt in structuur en eigenlijk weinig lange termijn visie heeft. Het was Ans niet geheel duidelijk wat haar voorgangster in Stung Treng had gedaan en er waren ook geen duidelijke richtlijnen over wat zij moet gaan doen. Het gevolg is dat zij zelf observeert wat er gedaan kan worden en vervolgens haar eigen plan trekt. Wanneer dit voor alle ‘Health Volunteers’ geldt/gold is het niet zo vreemd dat er weinig lange termijn effecten meetbaar zijn. Dat wij in de 2 maanden dat we hier zijn in staat zijn om een fors aantal basistekorten te signaleren en een idee hebben van een lange termijn visie op de opleiding en begeleiding van verloskundigen doet ons wel wat twijfelen aan de effectiviteit van het programma in Cambodja voor wat betreft de verloskunde. Succes is moeilijk meetbaar te maken in de gezondheidszorg. Dit doet echter niets af aan de inspanningen en het goede werk dat door de ‘Health’ medewerkers wordt en werd geleverd.


Uitzicht vanaf het dakterras van het conferentieoord op de
Tuol Sleng gevangenis en het genocide museum. 
Bij de andere programma’s; onderwijs, bestuur en levensonderhoud, lijkt er meer eenduidigheid te zijn. De gezamenlijke dagdelen waren dan ook optimistischer van toon dan die in de ‘Health’ groep. Dit blog is niet de plek om uitvoerig in te gaan op de activiteiten van andere programma’s maar het gaf ons wel een breder beeld van het werken in een ontwikkelingsland. Aardig was bijvoorbeeld om in Amsterdams Engels een presentatie te beluisteren over sociale verantwoordelijkheid van overheidsinstellingen. Het Engels van deze oud-medewerker van de gemeente Amsterdam was voor ons in ieder geval prima te verstaan.




Opmerkelijk was het afsluitende onderdeel op donderdagmiddag. ‘London Calling.' 
Skypecontact met VSO international.

VSO, opgericht in 1958, is een gewaardeerde instelling met een goede naam in het bestrijden van armoede in ontwikkelingsgebieden. Het werken met professionele vrijwilligers en de idee om kennis over te dragen aan de lokale bevolking in ontwikkelingslanden heeft hen door de jaren heen een degelijke en respectabele naam opgeleverd.
De Britse overheid financierde VSO met aanzienlijke bedragen. De miljoenen ponden per jaar konden door VSO naar eigen goeddunken ingezet worden voor ontwikkelingshulp. Maar net als wij in Nederland bezuinigen de Britten ook op ontwikkelingshulp. Dit betekent voor VSO dat zij het vanaf 2016 zonder overheidssteun moet doen. Vanaf dat moment wordt ze volledig afhankelijk van externe donateurs en haar vermogen om zelf fondsen te werven.




Ondanks het verhullende taalgebruik van de Engelsen kwam bij Martin al snel de vraag op in hoeverre de V(rijwillig) binnen VSO over een aantal jaren nog wel betekenis heeft. Wanneer het geld komt van grote bedrijven die projectmatig hun geld 'doneren' komen de verhoudingen anders te liggen. Waar voorheen VSO in samenwerking met lokale bevolkingen hulp trachtte te bieden daar waar men het nodig vond wordt de werkelijkheid nu getalsmatiger.




Het adagium ‘Wie betaalt, bepaalt’ gaat gelden. Het is dan niet meer de lokale bevolking die een hulpvraag en een stem heeft. De donaties worden door de externe buitenlandse bedrijven gelabeld aan bepaalde projecten zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van kweekvis. Fondsenwerving en vervolgens de verantwoording naar de donateurs wordt binnen organisaties als VSO dan belangrijker en belangrijker. Een tweetal oudere Engelse volunteers stelde een aantal vragen aan de mensen in Londen over de invloed van grote bedrijven op het werk van VSO, de toenemende kosten voor overhead en bureauwerk wat uit de jaarverslagen blijkt en met name de beoogde rol van professionele vrijwilligers binnen VSO. Een helder of bevredigend antwoord bleef echter uit.

Dat commerciële bedrijven in toenemende mate invloed gaan uitoefenen op de wijze en vorm van ontwikkelingswerk is duidelijk. Op zich waarschijnlijk een goede zaak want dat betekent op termijn meer industrie en werkgelegenheid in het nu nog zeer lagelonenland Cambodja. Of non-profit organisaties zoals VSO het meest geschikt zijn om in zo’n veranderend werkveld een succesvolle bijdrage te leveren (of zelfs maar kunnen overleven) is een heel andere vraag.
Wanneer je bedenkt dat gezondheidszorg een lastig terrein is om geïnvesteerd geld zichtbaar rendabel te maken komt de beslissing van VSO Cambodja om te stoppen met hun ‘Health’ programma in een ander daglicht te staan.

Ontwikkelingssamenwerking is een complexe materie kunnen we nog maar eens constateren. Maar goed, interessant om deze ontwikkelingen te aanschouwen en iets waar we in een volgend blog nog wel op terug zullen komen.




Erg leuk waren de sociale contacten buiten de formele bijeenkomsten. Gezellig en leerzaam om met de meer ervaren ontwikkelingsmedewerkers te kletsen en een biertje te drinken. Daarnaast een goede bron voor informatie en externe netwerken.
Zo zal Ans binnenkort contact opnemen met een WHO medewerkster om eens met haar verder te brainstormen over de verloskunde in Cambodja.





Vrijdag 5 december werd de internationale dag van vrijwilligers gevierd. We hebben de manifestatie in Phnom Penh bijgewoond en Ans heeft een aantal folders meegepakt van Australische NGO’s die nog wel in de gezondheidszorg actief blijven.
De zaal bleek voornamelijk gevuld met honderden jonge Cambodjaanse vrijwilligers en dat gaf ons het goede gevoel dat zij de toekomst van het land vertegenwoordigen. De sprekers op het podium (Australische hulporganisatie, VN vertegenwoordigster en de minister van Educatie) lazen hun speeches voor, de fanfare speelde een vrolijk deuntje en de Cambodjaanse jeugd deed haar best.




Maar aangezien wij geen Khmer kunnen verstaan hebben we ergens in de middag toch maar besloten om het pand stilletjes te verlaten om nog een korte wandeling door Phnom Penh te maken.




Zaterdagochtend zijn we weer in ons busje gestapt en aangevuld met een drietal vrijwilligers uit Kratie hebben we opnieuw een dagje door Cambodja gehobbeld, terug naar ons eigen huisje in Stung Treng.
Het is lekker om weer thuis op het platteland te zijn. Jammer is wel dat Ans aan de diarree is gegaan op onze laatste dag in Phnom Penh. Na een week lijkt dit gelukkig weer beter te gaan.



Afgelopen woensdag hadden we vrij wegens de 'Internationale dag van de mensenrechten'. We zijn er op ons motortje uitgetrokken richting de grens met Laos. De paar zijwegen die er waren richting de Mekong rivier waren beroerd om te rijden, motorcross, maar zeker de moeite waard. Het rivierlandschap is werkelijk prachtig maar de omstandigheden waaronder de mensen moeten leven is hartverscheurend armoedig. 




Er moet nog een boel gebeuren wil de levensstandaard in een provincie als Stung Treng iets omhoog gaan.
De hoop is echter toch dat door de nieuwe brug over de Mekong rivier de ontwikkeling van Stung Treng die van een ‘rijke’ provincie als Kratie kan evenaren of zelfs voorbijstreven.
We helpen het ze hopen en gaan zelf in ieder geval tot juli 2015 gewoon verder met ons ‘ontwikkelingswerk’.








Li Hai



vrijdag 5 december 2014


Kreupelrijm voor Cambodja










Geen gure herfststormen en geen wild geraas
Maar ook in Boeddhistisch Cambodja komt Sinterklaas
De goedheiligman wordt hier zeer gewaardeerd
Wanneer hij zijn stichtelijke pakjes doneert
Ja, het zal jullie misschien verbazen
Maar het stikt hier van de Sinterklazen.

Heel wat vaker dan 1x per jaar
Staat de Sint voor Cambodja klaar
Dagelijks een zak vol verrassende pakjes
Rijk gevulde koek in talloos fraaie plakjes





Ontelbaar duizenden vrijwillige Pieten
Zijn druk met zielige stumpers te begieten
Ze werken hard en bezeten door en langs elkaar
Maar dat vindt de Sint geen enkel bezwaar
Ja, ja, meer dan 3500 NGO’s proberen,
Ieder voor zich, de Cambodjaan te motiveren

(refrein)
Heel wat vaker dan 1x per jaar
Staat de Sint voor Cambodja klaar
Dagelijks een zak vol verrassende pakjes
Rijk gevulde koek in talloos fraaie plakjes




Overzicht en coördinatie worden node gemist
Maar ja Sinterklaas is dan ook geen Calvinist
Hij strooit zijn pakjes zonder aanziens des persoon
En dat vinden ze hier al heel gewoon
Donatie hier, donatie daar en dan nog wat knoeien
Efficiëntie en rendement kan de Sint niet boeien




(refrein)





En de goede man laat zich ook niet hinderen
Door de al te inhalige stoute kinderen
Een groot aantal heeft hele diepe zakken
Waar een cadeautje gemakkelijk in blijft plakken
Deze schavuiten zullen vriendelijk lachen en buigen
Terwijl ze aan de ontwikkelingsmelkkoe zuigen



(refrein)




                    Land onteigening is aan de orde van de dag
                    Zelfs in Den Haag doet men daarover zijn beklag
                    Maar het internationaal hof voor de mensenrechten
                    Zal waarschijnlijk deze zaak niet gaan beslechten
                    En op 10 december hebben ze hier allemaal vrij
                    Want Internationale mensenrechten maakt ze blij



                    (refrein)





                    Tropisch hardhout is prachtig en wat waard
                    En men voelt zich dan ook niet bezwaard
                    Om illegaal een graantje mee te gappen
                    Door hier en daar wat bomen om te kappen
                    Deze vinden geruisloos wel hun weg
                    En wie gepakt wordt die heeft pech



                  (refrein)





                    De Chinezen bouwen bruggen en doneren wegen
                    Een paar onsjes minder asfalt wordt verzwegen
                    Want velen belazeren de kluit
                    Voor onderhoud is er geen rooie duit
                    De gevolgen laten zich makkelijk voorspellen
                    Levensgevaarlijk, dus pas op je tellen




                    (refrein)





                    En in Nederland maar klagen, zeuren en zeiken
                    Na eeuwenlang uitbuiting en ons zelf verrijken
                    Och onze arme eigen zielige portemonnee
                    Neen, ook in Nederland valt het echt niet mee
                    Ontwikkelingssamenwerking kan best wat minder
                    Andermans armoe geeft ons geen hinder



                    (refrein)





                    Liefdadigheid is en blijft  hard nodig
                    Ontwikkelingshulp alles behalve overbodig
                    Ook in ons eigen Hollandsblank belang
                    Want voor zwarte pieten zijn we eigenlijk best bang
                    Als ze naar onze bijeen gestolen rijkdom willen komen
                    Sluiten we aan de grens schijnheilig lachend de bomen


                (refrein)





         
                    Cynisch, sarcastisch en venijnig?
                    Och zo’n kreupelrijm is ook wel geinig
                    Een boel geroffel en loos kabaal
                    Een beetje speulen met de taal
                    Ja, dit couplet gaat met groot gemak
                    Een surprise onder uit de zak



                   (refrein)





Met de gewone Jan Cambodjaan
Is de Sint wel degelijk begaan
Het zijn goedlachse en vriendelijke mensen
Die je zeker het allerbeste zou wensen
Hun lot is het om hier te leven
Maar wat moet je ze nu geven??



(refrein)





En gewoon voor de lol
Maak ik het dozijn nog even vol
Langs de kant wat leuke kinderplaatjes
En dan stoppen met rijmelende praatjes
Wel tot slot nog een keer het refrein
Want herhaling is gemakkelijk en fijn

Heel wat vaker dan 1x per jaar
Staat de Sint voor Cambodja klaar
Dagelijks een zak vol verrassende pakjes
Rijk gevulde koek in talloos fraaie plakjes





Het gaat u allen voor de wind, 
Groetjes van een verdwaalde Sint









Li Hai




zondag 30 november 2014


Het Koninkrijk Cambodja









Vorige week een blog over Stung Treng, waar we wonen maar niets te beleven valt. Gelukkig, want men kan hier wel wat rust gebruiken. Deze week een blog over armoede en ellende om een idee te geven waarom hier ontwikkelingshulp zo hard nodig is.

Cambodja is 4,5 keer zo groot als Nederland en er wonen zo’n 15 miljoen Cambodjanen.
Het ligt in Zuidoost Azië / Indochina en grenst aan Thailand, Laos en Vietnam. De bevolking bestaat voor 90 % uit Khmer. De gemiddelde levensverwachting is 56 jaar. De populatie is jong en groeit snel. 50% is jonger dan 23 jaar.
Het klimaat is tropisch. Warm, warm en nog wat warmer.

Wat we makkelijk vergeten is dat Cambodja nog maar 25 jaar geleden volledig verwoest en totaal ontmantelt was.
De Vietnamoorlog met veel bombardementen in Cambodja, het Rode Khmer regime van Pol Pot en de aansluitende burgeroorlog is hier echter nog springlevende geschiedenis. Iedere familie draagt de sporen van de genocide die onder Pol Pot heeft plaats gevonden. De huidige machthebber wint al bijna 30 jaar iedere ‘verkiezing’ wat mede te verklaren is uit het feit dat alles beter is dan het onder Pol Pot was. Dat het land nog steeds leeg geplunderd wordt nemen de Cambodjanen op de koop toe.



Men put moed en trots uit de gloriedagen van de Khmer. Het machtige Khmer koninkrijk wat van de
9e tot de 15e eeuw over grote delen van Azië heerste. Sinds die tijd is het echter kommer en kwel en waren afwisselend Thailand (Siamezen), Vietnam (Cham) en Fransen (1863-1953) de baas. De tempel complexen uit de Angkor periode zijn aan het oerwoud ontworsteld en vormen een overweldigende ervaring voor toeristen. Niet voor niets siert Angkor Wat de nationale vlag.





Op de wereldranglijsten van organisaties als de UN en WHO staat Cambodja er niet best op. Het is een van de armste landen ter wereld en daarbij ook een van de meest corrupte. In de praktijk betekent dit dat het overgrote merendeel arm is en een heel klein percentage zich ten koste van alles en iedereen verrijkt.

De armoedegrens is hier bepaald op 1 dollar per dag en ongeveer 23% van de Cambodjanen leeft onder deze grens. Wij krijgen van VSO $500,- per maand. Huur, elektriciteit, (rivier)water, gas en internet kosten om en nabij $270,-.
Er rest ons dus zo’n $7,- per dag om van te leven.  Dat is ruim boven de armoede grens. Een eigen keus is dat we niet alleen maar van rijst, groente en water willen leven en we dus wel tekort komen.


Met name op het platteland zijn de problemen groot. Men probeert te leven van wat de grond en het schaarse water opbrengt. Wanneer er een stukje land is wordt dit gebruikt voor wat landbouw. De wijze waarop ze rijst verbouwen is kleinschalig en gebeurt van generatie op generatie op dezelfde wijze. Aangezien er geen irrigatiesystemen (slootjes) zijn kunnen ze maar 1x per jaar rijst oogsten. Daarnaast proberen ze te vissen of scharrelen anderszins eten uit het bos. Wanneer de oogst een keer tegenzit lijden ze onvermijdelijk honger. De situatie op het platteland doet ons af en toe aan de middeleeuwen denken.


Een van de grote sociale problemen is landonteigening waardoor Cambodjanen van hun grond verdreven worden.
Het land wordt verkocht aan buitenlanders die al het hout kappen en vervolgens rubberplantages aanleggen.
Daarbij komt dat het platteland nog bezaaid ligt met landmijnen. Het gebrek aan land en de noodzaak om voedsel te verbouwen dwingt de ‘landlozen’ naar gebieden waar nog volop landmijnen liggen met tot gevolg dat er nog dagelijks Cambodjanen verongelukken. Ze trekken vanzelfsprekend ook naar de stad. Phnom Penh heeft inmiddels al meer dan een miljoen inwoners en dat zal de komende jaren nog fors groeien. Dat er in die stad nauwelijks werkgelegenheid is doet het ergste vrezen over de te verwachten leefomstandigheden daar.


Een  groeiende bevolking die steeds minder land heeft om in haar onderhoud te voorzien is kwetsbaar en loopt het risico terecht te komen in mensenhandel en slavernij met als grote afnemer de seksindustrie. Thailand en Bangkok zijn inmiddels berucht maar ook in Phnom Penh neemt deze schande toe. 


Een bord langs de rivier met als tekst ‘Alstublieft bescherm onze nationale schatten’ en een grote HIV/AIDS afdeling in het ziekenhuis spreken wat dat betreft boekdelen. 

De directeur van de provinciale gezondheidszorg vertelt ons over het probleem van kinderprostitutie, maar ook van mannen die naar Bangkok vertrekken om te werken en terugkomen als ze besmet en ziek zijn. Armoede en HIV.
En ze hebben hier al zoveel ellende met Malaria en Dengue (knokkelkoorts).



Over het gebrek aan zuiver drinkwater hebben we al in een vorig blog geschreven. Dit aspect van armoede heeft vanzelfsprekend ook grote gevolgen voor de gezondheidszorg. 1 op de 7 kinderen wordt niet ouder dan 5 jaar. Want wat moet je doen wanneer je kind ziek wordt? Is er geld om het ziekenhuis te betalen? Kun je er wel komen? Wie kan er gemist worden om mee te gaan? Kortom het kind geneest zelf of niet...
En dan hebben we het nog niet eens over de zorg in het ziekenhuis die nog danig te wensen overlaat.



De armoede heeft ook effecten op het onderwijs. Hoewel onderwijs officieel gratis is voor de kinderen blijken er in de praktijk heel veel financiële belemmeringen. Schooluniformen, boeken, pennen, reisafstand, handgeld voor de onderbetaalde leerkrachten of gewoon de noodzaak tot kinderarbeid (Cor) zorgen er voor dat slechts een kwart van de kinderen een lagere schoolopleiding kan afronden. Het gebrek aan opleiding betekent geen baan, geen baan betekent geen geld en geen opleiding voor de kinderen en voortdurende armoede. Wat we op de voortgezette opleiding zoals de school voor verpleegkundigen en verloskundigen zien stemt ook niet tot vrolijkheid. Geen enkel budget (boeken bijvoorbeeld) voor fatsoenlijk onderwijs. Op papier ziet het er allemaal wel aardig uit maar de praktijk is minder fraai.



Kortom op alle terreinen problemen met als resultaat armoede. Of misschien wel andersom. Een moeilijk te doorbreken cirkel van ellende. Maar hoe inefficiënt of corrupt ontwikkelingslanden ook mogen zijn financiële hulp en mensen zoals Ans zijn nu en in de toekomst nog hard nodig om een ietsepietsie verbetering aan te brengen. Niet alleen in een land als Cambodja is de rijkdom oneerlijk verdeeld.





Het nieuwste rapport (2014) van de Wereldbank geeft aan dat in Cambodja sinds 2004 de armoede gehalveerd is.
Van 50% van de bevolking in 2004 naar nog maar 23% in 2013. Er hoeft echter maar weinig te gebeuren, een minder regenseizoen bijvoorbeeld, en velen zullen terugvallen onder de armoedegrens. Desalniettemin is het goed nieuws.
De keerzijde is echter dat Cambodja door de UN opgewaardeerd zal worden. Van de categorie armste land naar de categorie ‘nieuw opkomende markt’. De angst is hier dat dit tot gevolg zal hebben dat veel ontwikkelingshulpgelden elders heen gaan stromen. Myanmar (Birma) bijvoorbeeld, daar schijnt de armoede nog wel schrijnend te zijn.




Maar niet alles is hopeloos. Tot zijn grote verbazing zag Martin op een ritje met de motor tussen alle
dorre en droge velden opeens iemand die blijkbaar wel in staat is geweest om zich minder afhankelijk te maken van het regenseizoen en een rijstveldje.









Een prachtig en hoopvol voorbeeld van hoe het ook kan.








O ja, komende week zijn we in Phnom Penh voor de jaarlijkse VSO bijeenkomst. Veel dagdelen gevuld met presentaties en discussie. Wat ons betreft zeker ook over het feit dat ze stoppen met het financieren van gezondheidszorg projecten in april 2015.

Alvast een fijne Sinterklaas gewenst aan diegene die dat vieren. Nog een paar dagen om de surprises en gedichten in elkaar te frutselen.



Voor Loek, Koos en Cor;


Deze Sint durft wel te beweren
Dat Nek dit jaar niet zal promoveren
En over een jaar of wat miljoen
Wordt Feyenoord weer eens kampioen
Maar och, deze arme arme Sinterklaas
Mist Ajax en vooral zijn plakje kaas.



Li Hai





zondag 23 november 2014

Waar ben jij nu?






 Wij zijn in Stung Treng, de hoofdstad van de gelijknamige provincie in het noordoosten van Cambodja.


Een aantal van jullie zal ongetwijfeld gegoogeld hebben en tot de conclusie zijn gekomen dat hier niets is. En dat is juist. De ‘Lonely Planet’ reisgids noemt Stung Treng een stoffig plaatsje wat weinig te bieden heeft. De provincie is het ondergeschoven kindje van Cambodja. Lastig om een blog mee te vullen. Maar ja, we willen er toch iets over schrijven. 

Om een idee te geven wat statistieken. De provincie heeft een oppervlakte van 12.000 km². Friesland, Groningen en Drenthe tezamen. Er wonen zo’n 120.000 mensen waarvan een kwart hier in en rond de hoofdstad. Het is de op één na armste provincie van Cambodja. De jaarlijkse begroting van de gemeente IJsselstein (60 miljoen) is al groter dan die van de totale economie in deze provincie (50 miljoen). Voor overheidstaken is hier ongeveer 10 miljoen dollar beschikbaar waarvan een groot deel door het buitenland gedoneerd wordt. Niet zo heel vreemd dat er nergens geld voor is.




De bevolking van de provincie Stung Treng leeft voor bijna 90% van de landbouw waarvan rijst het
belangrijkst is. Uitgestrekte velden zien we niet dus de productie van rijst is hier nog grotendeels een familie aangelegenheid. De akkers zijn net zo groot als men met behulp van wat waterbuffels kan bewerken. 





Er zijn 3 nationale wegen, min of meer geasfalteerd, 24 ongeplaveide provinciale wegen en 44 plattelands weggetjes (voor ons onbegaanbaar). Ondanks een motortje blijft onze actieradius beperkt. Het overgrote merendeel van de provincie is jungle en ondoordringbaar. Even een ommetje maken op de fiets of een wandeling in het bos kunnen we wel vergeten.

De zopas in augustus geopende ‘Mekong’ brug en de ‘Sekong’ brug over de Tonle San uit 2007 zijn voorbeelden van de wijze waarop China haar achterland aan het ontsluiten is. China is de grootste donor van bruggen en wegen in Cambodja. Deze beide ‘Cambodja-China vriendschapsbruggen' en de twee daarop aansluitende nationale wegen, naar Laos (60km) en Siem Reap (300km), behoren nu nog tot de beste wegen in Cambodja. 

De nieuwe brug over de Mekong verbindt Stung Treng met Siem Reap, de toeristische trekpleister van Cambodja. Het gevaar zit er echter in dat de bussen dankzij de goede wegen en bruggen de reizigers langs Stung Treng voeren op weg van en naar Laos, Vietnam of Angkor Wat (achtergrondafbeelding van ons weblog).
Maar goed, de betere bereikbaarheid heeft ongetwijfeld voordelen en infrastructuur is van wezenlijk belang voor een verdere ontwikkeling van de provincie.



Stung Treng stad ligt op de plaats waar de San rivier zich bij de machtige Mekong voegt. Ondanks dat deze rivieren groot zijn is er geen scheepvaart. Vrachtschepen kunnen er niet varen want er is geen vaargeul zoals wij die kennen en de stroming is te sterk. Over watervallen maar gezwegen. Daarbij komt dat het waterpeil gigantisch wisselt. In augustus stroomde het water van de Tonle San over de kademuur en inmiddels is het al weer meters gezakt. Het zal ons benieuwen hoe de rivieren er in maart bijliggen.



Langs de Tonle San zijn terrasjes waar we wat kunnen drinken en eten. Een avond- of nachtleven is er niet.
Om 18.00 uur wordt het donker, om 20.00 uur gaan de deuren dicht en om 22.00 uur ligt een ieder te bed.
Om 6.00 uur begint het leven dan weer en rond 7.00 uur is het de beste tijd om naar de markt te gaan voor etenswaren. Dan is het namelijk nog vers en een beetje koel. Vanochtend om 7.00 uur was het zelfs fris, 23 graden.




De rivieren zijn misschien wel het aantrekkelijkst van de stad. Sinds de nieuwe brug geopend is vaart er geen veerboot meer over de Mekong. De aanlegsteiger is er natuurlijk nog wel en kleine bootjes varen op en neer om handelswaren naar de markt te brengen. Er wordt gebaad en gewassen en natuurlijk gevist. De rivieren bieden, naast water voor de huishoudens, wat verkoeling en fraaie vergezichten.




Overdag is er een boel bedrijvigheid. Er zijn heel veel éénmans/vrouws zaakjes aan huis. Allemaal de hele dag open.
’s Avonds halen ze hun spulletjes naar binnen en gaan ze slapen. De volgende ochtend gaan de deuren weer open en zijn ze klaar voor wat klanten. 

Wie kan koken heeft een restaurant waar ‘s ochtends door met name de mannen op weg naar hun werk wat gegeten wordt. (De vrouwen eten de resten van het vorige avondmaal.) 
Wie kan sleutelen sleutelt aan brommers en fietsen, wie wat met een schaar kan heeft een kapperszaak, het bezit van een naaimachine betekent een kleermakerij en de vaardigheid met hout maakt ze tot meubelmaker en anders is er altijd wel handel.



De markt is de centrale ontmoetingsplaats in Stung Treng. Het is een doolhof van smalle gangetjes waar Ans inmiddels behoorlijk haar weg weet te vinden. Grappig is haar zoektocht naar eieren. Dit zijn hier echte scharreleieren en de kippen scharrelen om en rond de huizen en de hanen scharrelen driftig mee. Eieren met een dooier??? Zoeken. 
Met een door Sophea beschreven papiertje op zoek naar eieren en dan bij de vierde verkoopster de juiste eieren vinden is een knappe prestatie. Sophea is haar gids op de markt geweest en zo heeft Ans een kleermaakster gevonden die een jurk gaat maken naar voorbeeld van een jurk uit Nederland. Naar de kapster durft Ans nog niet maar dat zal eens moeten gaan gebeuren. Al is de bloempot pluizenbol die Martin, onder veel goedwillend bekijks, heeft laten knippen nauwelijks aanmoedigend. Zulke dunne witte haartjes zijn ze hier niet gewend.



Verder puilen de stalletjes uit van de etenswaren, potten, pannen, gereedschap, lappen, doeken en verzin het maar.


Een krioelende massa mensen in een temperatuur waar met name Martin niet vrolijk van wordt. Zeker de vleeshoek probeert hij met ingehouden adem snel te verlaten. Ja, ze zijn er echt van alle markten thuis.


We zien dat er hard gewerkt wordt om Stung Treng aantrekkelijker te maken voor toeristen. De kademuren worden verfraaid, er worden hotels gebouwd langs de hoofdstraat en de riolering wordt verbeterd. Een aantal gebouwen waaronder het ziekenhuis, het provinciehuis en het RTC waar Martin werkt zijn vernieuwd. Anderen zijn in aanbouw.


Ecologie zou de toeristische trekpleister van deze provincie en stad kunnen worden. De Mekong stroomt grillig en soms onstuimig door ongerepte natuurgebieden. Daarnaast leven er hier in de Mekong de zeldzame en bedreigde 'Irrawaddy' zoetwater dolfijnen. Problematisch is het kappen van tropisch hardhout. Het teakhout wat al eeuwen lang gebruikt wordt door de lokale bewoners voor het bouwen van huizen, bootjes en meubels brengt op de legale en illegale markt veel geld op. Rubberplantages komen er voor in de plaats. Des al niet te min is er meer dan genoeg prachtige natuur. Er zijn honderden schitterende eilandjes en een groot natuurreservaat wat voor toeristen aantrekkelijk kan zijn. 



Maar om die toeristen daar te krijgen moet er infrastructuur zijn en die is (nog) niet aanwezig. De hoop is dat beide bruggen een eerste aanzet leveren om daar verbetering in aan te brengen.

Kortom de ‘Lonely Planet’ heeft vooralsnog gelijk. Stung Treng, een stoffig plaatsje wat weinig te bieden heeft. 
Maar wij ervaren het als woonplaats plezierig. De Cambodjanen zijn vriendelijk en voorkomend. We hebben niet de indruk dat we heel erg afgezet worden in de winkeltjes of op de markt. De sfeer is plezierig ontspannen en een ieder laat plaats en ruimte voor een ander. En ze zijn zorgzaam.

Mooi voorbeeld daarvan is onze huisbaas die een stukje tuin opoffert om een cementvloertje te leggen waarop we onze fietsen en motor kunnen parkeren. Dat hij ook iedere avond ons motortje in zijn eigen piepkleine woninkje bergt kwamen we pas te weten nadat we ons eerst rot geschrokken waren omdat de motor 's ochtends vroeg weg was. “Nee hè, gestolen.” “Hoe is het mogelijk.” Het hek zit dicht de tuin/boomgaard achter het huis moeilijk begaanbaar en toch is ons motortje verdwenen. Ans balend op de fiets naar de markt (7 uur zondagochtend) en Martin zenuwachtig thuis.

 
Tot opeens de motor er weer staat en de huisbaas aan de toegesnelde Martin, die een foto van het nummerbord wil maken, vriendelijk grijnzend gebaart dat hij hem ’s nachts binnen zet. Owkoen (dank je wel) man but … aah handen op hart, verschrikt gezicht. Begrijpende glimlach en hoofdknik. Ja, vriendelijk en zorgzaam. Jammer dat wij geen Khmer kunnen.






Li Hai




zondag 16 november 2014


Voortgangsrapportage











Het partogram wat Ans in Phnom Pehn heeft laten produceren is deze week gearriveerd. 

Mooi en professioneel.

Nu nog zien of VSO ons $20,=  gaat terug betalen anders,  

gedoneerd door:  

‘Ans Ohms, 
midwife the Netherlands’. 


:)











Na onze introductie en verhuizing naar Stung Treng hebben we eerst de kat wat uit de boom gekeken.
Observeren en inventariseren heet dat in projecttaal.

Zoals eerder beschreven in dit blog valt de situatie in het ziekenhuis nauwelijks te vergelijken met wat wij in Nederland gewend zijn. Een rommelige drukte rond de bevallingen, hygiëne die te wensen overlaat en in zijn algemeenheid weinig vaste structuren of werkafspraken.

Na het gesprek met de praktijkbegeleiders om in het ziekenhuis trainingen te geven is Ans voortvarend aan de slag gegaan. Bovenverwachting valt het maken van een training haar makkelijk. Ze is begonnen met een hechtcursus.
Want hechten is iets wat nog veel aandacht vereist. Ans vindt dit belangrijk want als er niet of niet op de juiste manier gehecht wordt kan dat vervelende gevolgen hebben voor de vrouwen die bevallen zijn.


De lesstof is af en Ans heeft alle praktijkbegeleidsters in 3 sessies kennis laten maken met de training. Tot haar verbazing komt ze er achter dat de verloskundigen de hechtvaardigheid maar zeer summier beheersen. Ze moeten nog flink op de sponzen oefenen om de juiste techniek te leren, want anders kunnen zij deze training nooit aan studenten gaan geven.

In de praktijk blijkt het lastig om geregelde afspraken te maken over aanwezigheid. Het lijkt even of ze nu opeens niet meer zo graag willen leren. Misschien wat schaamte? Want met de billen bloot en toegeven dat je, net als de studenten, niet goed kan hechten is lastig. Een zelfde soort probleem heeft Martin met zijn lessen Engels. Het onderlinge verschil in vaardigheid is groot en dus ziet hij een aantal zwakke broeders stilletjes langs de plinten verdwijnen. Daarnaast hebben we te maken met het feit dat we tijdens hun werkuren lessen willen geven en dus andere zaken voor kunnen gaan. 
Het Calvinistische ‘afspraak is afspraak’ en ‘op tijd komen’  is maar een rare culturele opvatting.

Waar we meer rekening mee dienen te houden is dat in Cambodja status nog wel een belangrijkere rol speelt dan bij ons in Nederland. Ans heeft inmiddels een 'verloskundigen uniform' gekregen zodat haar status op dit punt voor een ieder duidelijk is.


Het hoofd van de verloskundigen en de gynaecoloog mengen zich niet in de leergroep met de praktijkbegeleidsters wanneer die met z’n allen naar de instructievideo kijken. Ze zijn bereid aanwijzingen van Ans aan te nemen maar gaan apart zitten en volgen de instructies van het filmpje in hun eentje op.









Later draait dit bij en oefent het hoofd 'Madame Som' gewoon met de anderen mee.




Allen staan natuurlijk wel boven de studenten en daarbij hoort een grotere kennis en vaardigheid. Wanneer nu in de praktijk blijkt dat dit niet het geval is ontstaan er ongemakkelijke situaties. Een mooi voorbeeld bleek afgelopen dinsdag.

De elektriciteit in Stung Treng is uitgevallen. Een vrouw moet na de geboorte van haar kind gehecht worden.
De verloskundige die de studenten en bevalling begeleidt heeft vraagt of Ans het hechten wil demonstreren.
Voordat Ans goed en wel door heeft wat er gevraagd wordt is de verloskundige zelf van het toneel verdwenen.



Noodgedwongen heeft Ans besloten om het dan maar zelf ter hand te nemen.


Onder de ogen van leergierige studenten, die haar met hun mobieltjes bijschijnen laat Ans aan de studenten zien hoe er gehecht dient te worden.




Later heeft zij deze groep meegenomen en een hechttraining gegeven. Misschien niet de bedoeling maar over enkele weken zijn deze studenten uit het ziekenhuis verdwenen en afgestudeerd. Nu hebben ze een goed voorbeeld gezien en wat kunnen oefenen op een spons voordat ze op zichzelf  komen te staan en zelfstandig bevallingen gaan doen. De studenten blijken erg gretig om het hechten te leren. Al met al was het leuk en nuttig.

Het mes snijdt hier aan twee kanten want praktijkbegeleidsters kijken ondertussen met een schuin oog mee hoe Ans deze les aan de studenten geeft. En zo functioneert zij als tweevoudig rolmodel. Hoe te hechten en hoe les te geven. Dat men nieuwsgierig is naar de vaardigheden van Ans blijkt ook uit het feit dat de gynaecoloog telkens over haar schouder meekijkt wanneer zij een vrouw hecht.

Maar goed, Ans constateert opnieuw dat de praktijkbegeleidsters liever hebben dat zij de trainingen aan de studenten geeft. Een valkuil en niet de bedoeling. Wij zijn snel weer weg en de begeleidsters moeten bijgeschoold worden om vervolgens in staat te zijn zelf deze lessen aan studenten te geven.


Wat misschien ook met status te maken heeft is de ondergeschikte rol van de zwangere. Zij hebben niets te vertellen en de wijze waarop de verloskundigen met hen omgaan is voor verbetering vatbaar. Er is nauwelijks communicatie tussen hulpverlener en de vrouw. Er worden handelingen verricht zonder dat er iets wordt aangekondigd of uitgelegd. De vrouwen laten dit gelaten over zich heen komen en tonen nauwelijks emoties. Een uitzondering hierop vormden de mannelijke artsen die een keizersnede gingen uitvoeren. Zij bleken zorgzaam en betrokken bij de vrouw die dit moest ondergaan. De wijze waarop men op de verloskamer met de vrouwen omgaat is iets wat zeker nog aandacht vergt.

Een punt wat gaat meespelen is taal. Om effectief te kunnen werken is het aanwezig zijn op de verloskamer en het kunnen inspelen op gebeurtenissen van belang. Ans heeft slechts de beschikking over een parttime assistente. Er is geen geld beschikbaar voor een fulltime tolk en dat betekent dat Ans weinig op de bevalkamer kan betekenen wanneer Sophea er niet bij is. Sophea moet ook de cursussen over reanimatie en het partogram vertalen en zo komt Ans in haar beschikbaarheid een beetje knel te zitten. Misschien in de toekomst meer zonder tolk aanwezig zijn? 
Lastig, maar we roeien met de riemen die we hebben.




Verder hebben wij vorige week samen een gesprek op het RTC gehad, de school voor de verpleegkundigen en verloskundigen. Aangezien Martin lesgeeft op het RTC hebben we makkelijker toegang tot de school en dat lijkt nuttig en handig. Hij was door een van de leraren benaderd met de vraag of Ans kon helpen met formulieren die in het ziekenhuis door de praktijkbegeleidsters ingevuld moeten worden.




Nadeel voor hen is dat Ans slechts te maken krijgt met de 3e jaars verloskundigen die daadwerkelijk op de verloskamers werken en niet met de studenten die in het algemene deel van het ziekenhuis als verpleegkundigen worden opgeleid. Het formulier dat door school gebruikt wordt is eenzijdig gericht op verpleegkunde en het beschrijven van medische ziektegevallen. Niet zo vreemd dat de verloskundigen daar weinig mee kunnen. Het ligt voor de hand om een formulier te ontwikkeling dat geschikt is voor verloskunde.

Maar zo'n gesprek op school is een mooie ingang om te proberen samen met hen de communicatie en samenwerking tussen opleiding en ziekenhuis te verbeteren. Aangezien het een regionaal trainingsinstituut is (RTC) liggen er misschien in de toekomst ook nog wel mogelijkheden om in andere provinciale ziekenhuizen en met name in de op het platteland gelegen ‘Health Centers’ een kijkje te gaan nemen. In ieder geval leverde het een onderwerp voor de conversatieles Engels.

Al met al zijn we lekker bezig, voelen we ons goed en op onze plek. Realiseren we ons meer en meer dat 'ontwikkelingshulp' een complexe kwestie is van kleine stapjes en een lange adem. Wij proberen een paar kleine steentjes bij te dragen.

Het lijkt ook wel wat op vakantie in ons houten zomerhuisje. Het blijft vanzelfsprekend tropisch warm, dat kan wat ons betreft best een graadje minder, maar het werk is uitdagend leuk en anders dan thuis.




Oma's ontvangen na de bevalling de baby's. 
Dit gaat soms zo snel dat de moeder het kind na de bevalling zelf niet of nauwelijks gezien heeft. 


Li Hai