“Een, twee, drie.”
“Good, good. Laoor, laoor.”
“Ik moet sponzen gaan zagen”; meldt Ans. Er komen
studenten stage lopen in het ziekenhuis en dat betekent dat zij de komende tijd
meer in de ziekenhuis aanwezig zal zijn om samen met de daar aanwezige
praktijkbegeleidsters aan de slag te gaan. Cambodja is na alle nationale vrije
dagen weer op gang gekomen. De hitte is nog van een ondragelijke vochtigheid en
de nachten (+ 30 °C) maken het slapen moeilijk maar we zijn druk aan de slag
geweest.
We zijn tevreden over het geleverde werk in de afgelopen
week. Ans heeft een ‘partner review’ gedaan en Martin heeft zijn 2-daagse
workshop op het RTC gegeven. Deze week een uitvoerig blog over onze
werkzaamheden.
Woensdag is Neil, Ans’ nieuwe VSO health manager, op
bezoek om met haar kennis te maken en met de partners te spreken over haar werk.
Er moet een rapport geschreven worden over Ans haar plaatsing over de periode
vanaf september 2014 tot juni 2015. Officieel is dit het eindrapport voor VSO
Cambodja. Vanaf juli 2015 wordt Ans via VSO Nederland bekostigd en dat
betekent rapportage technisch een nieuwe plaatsing. Een boel papierwerk terwijl
er in de praktijk helemaal niets verandert. Maar goed, VSO is sterk
in het produceren van formulieren en ondertekende en afgestempelde stukken. Dit
alles in het kader van het verantwoorden van de geldstromen en transparantie.
Op zich een goede zaak.
Op zich een goede zaak.
Grappig is dat VSO Nederland met een delegatie afreist
naar Cambodja om Ans en een andere
(jonge) VSO-er die in ‘onderwijs’ werkt te bezoeken. Ze komen half juni
met een professionele filmer en fotograaf om een VSO promotiefilm te maken over
het werken als vak-deskundige in Cambodja. Ans zal een van de hoofdrollen gaan krijgen.
De oudere verloskundige die in erbarmelijke omstandigheden voortploetert maar
optimistisch het hoofd recht houdt terwijl ze de arme en zielige Cambodjanen
helpt in hun barensnood. Met een beetje geluk hebben de eerste moessonregens
toegeslagen en is ons stukje Cambodja verandert in een grote blubber- en
modderplas waarin het ziekenhuis half onder water staat.
Ans mag op zoek naar fraaie locaties om te filmen. Martin heeft al een idee om Sophea met haar baby onder te brengen in een strohut in
de jungle bij Thala Borivat. Sophea kan dan in jammerend Khmer vertellen hoe
Ans midden in de nacht zonder elektriciteit haar bevalling tot een goed einde
heeft gebracht. Dit is niet Ans haar interpretatie, die maakt zich slechts
zorgen of haar haar wel goed zal zitten. En dat zit het niet. Ans’ toch al
weinige haar is door een lokaal kapstertje verwoest waardoor ze het nu zelf
maar wat bijknipt. Annemiek heeft vervolgens hier en daar nog een plukje
bijgewerkt. Van een fraai model is geen sprake meer. Misschien kan VSO Nederland ook
een kapster opnemen in de delegatie?
Op Martins steeds kaler wordende hoofd
worden de haren trouwens netjes kort gehouden door Ans.
Maar goed. Op woensdagochtend haalt Ans Neil bij zijn
hotel op om vervolgens bij ons thuis te praten over haar werkzaamheden en
plannen voor de toekomst. Na de door Martin verzorgde lunch; stokbrood, omelet,
tomaat, mayonaise en mango vertrekken Neil en Ans naar het ziekenhuis voor hun
‘partner review’.
Verheugend is dat veel mensen aanwezig zijn bij het overleg.
Alle 5 de praktijkbegeleidsters, twee directieleden van het ziekenhuis en 2 hoofden
van de EHBO en chirurgie worden aangevuld met 4 hoofddocenten van het RTC
(Regional Training Center). Een zware delegatie wat we beschouwen als een
succes voor Ans haar werkzaamheden. We zijn met name tevreden dat school (RTC)
en ziekenhuis samen aan tafel zitten. Neil’s Khmer is niet goed genoeg om de
gesprekken te leiden en Seylak van het RTC is zo vriendelijk om voorzitter te zijn. Er wordt in kleine groepen
besproken wat de betekenis is van Ans haar werkzaamheden en wat ze samen verder
kunnen doen. De sfeer is goed en we zijn benieuwd naar de rapportage van Neil.
De relatie met de praktijkbegeleidsters is in de loop der tijd duidelijk verbeterd. De wijze waarop ze bijvoorbeeld blij waren met Ans’ aanwezigheid op het ziekenhuisfeest vorige maand (samen eten, drinken en dansen) en de manier waarop ze meewerken aan de workshops in de Health Centers geeft aan dat de relatie verbeterd is. Afgelopen vrijdag spraken ze over hoe ze de studenten de aankomende weken kunnen begeleiden. Ze zijn enthousiast over het lesmateriaal dat Ans heeft gemaakt.
We zijn nieuwsgierig in hoeverre ze in de komende tijd daadwerkelijk meer aandacht gaan geven aan de studenten die stage komen lopen in het ziekenhuis. Dat ze nu al voor de derde maal samen met RTC docenten aan de slag zijn geweest doet ons hopen dat de samenwerking tussen ziekenhuis en RTC langzaam maar zeker van de grond komt. Wij zullen in ieder geval onze aandacht blijven richten op het vormgeven van deze samenwerking.
Het idee dat dit partneroverleg in feite een eindevaluatie is doet ons opnieuw twijfelen aan het nut van relatief kortdurende plaatsingen. Het is wat Allan, de Filipijnse VSO-er, al eerder stelde. “Plaatsingen moeten voor minimaal 2 ½ jaar en eigenlijk voor 4 jaar zijn. Het eerste jaar is nodig om werkrelaties en netwerken op te bouwen. Dan gebeurt er weinig tot niets. In het tweede jaar kun je voorzichtig iets proberen te veranderen en vervolgens heb je 1 jaar de tijd nodig om te evalueren en aanpassingen verder uit te werken. Pas na 3 jaar kan er dan gewerkt worden aan het structureel inbouwen van de veranderingen en het verder aanpassen van structuren.” Tja, daar zit wel degelijk wat in. NGO’s en met name het geld van externe donateurs bepalen echter wat en voor hoe lang iets mogelijk is. Niet de ontwikkelingswerker op de werkvloer. ‘Business as usual’ zullen we maar denken.
Wij zijn blij en dankbaar dat VSO Nederland nog een potje
beschikbaar stelt om Ans wat langer door te laten werken. Dit maakt haar werk
hier in ieder geval iets effectiever. Iets meer tijd om de welwillende
Cambodjanen te stimuleren en te helpen in het verbeteren van hun werk- en
leefomgeving.
Een ander voorbeeld van lange adem is Martins tweedaagse
workshop voor de jonge leraren van het RTC. Samen met Seylak is het plan in eerste
instantie in januari besproken. De directeur geeft in februari zijn toestemming
en het idee is om begin april de workshops te geven. Verschillende keren is de
datum om allerlei redenen verschoven maar gelukkig is er van het uitstel geen
afstel gekomen. Donderdag en vrijdag is Martin op het RTC met een groep van 8
leraren aan de slag geweest.
Martin heeft met Seylak besproken dat hij de oudere
leraren, liever niet in de workshop wil hebben. De ervaring leert dat leeftijd
en anciënniteit een erg belangrijke rol in Cambodja speelt. Wanneer er ouderen
betrokken zijn zwijgen de jongeren eerbiedig. Nu is Martin zelf natuurlijk een
heel oude Barang en dat geeft hem status maar hij is bang dat de invloed van de
oudere docenten negatief uit zal pakken.
Seylak kiest 11 jonge docenten die de workshop kunnen
volgen. Dat er donderdagochtend 8 aanwezig zijn is voor Cambodjaanse begrippen
een succes. Uiteindelijk valt er vrijdag natuurlijk 1 af. Helpen bij de
voorbereiding van een huwelijk is in Cambodja een acceptabele reden om het werk
te verzuimen. Teleurstellend is dan wel dat Martin weigert deze docent, die toch
een halve workshop heeft gevolgd, een certificaat te geven.
Martin heeft geen idee hoe de workshop zal verlopen. Hij
heeft zelf geen probleem met de inhoud. Lesplan schrijven, leertheorie en
didactiek zijn onderwerpen waar hij in principe uren over kan vertellen. Het
idee om met een groep aan de slag te gaan vindt hij leuk. De aarzeling zit hem
in de taal. De docenten spreken geen Engels en hij geen Khmer. Sokhoun, een
oudere docent, is bereid te vertalen maar heeft zelf weinig tot geen benul van
de inhoud en zijn Engels is niet zo vloeiend dat hij makkelijk Martins geklets
zal kunnen vertalen. Kortom Martin moet het klein en simpel zien te houden. In
de beperking toont zich de meester moet hij maar denken.
Hij besluit zich voornamelijk te richten op het formuleren
van concrete leerdoelstellingen en de lestechniek van het vragenstellen.
Achterliggende doel is de docenten te stimuleren onderling te praten over het
lesgeven en Seylak een ingang te bieden om met hen in gesprek te komen over het lesgeven.
Als introductie laat Martin een foto van onze besneeuwde
tuin en een sleutelhanger met twee klompjes rondgaan. Uit welk land denken ze
dat deze ‘Barang’ komt? De antwoorden variëren van Engeland via Korea tot 2x
Rusland. Dat er op de klompjes Holland staat zien ze blijkbaar over het hoofd
want de meeste aandacht en verbazing gaat uit naar de besneeuwde tuin.
Na uitleg over het schrijven van een concreet leerdoel moet
er natuurlijk een voorbeeld volgen.
Martin geeft een minilesje met als
leerdoelstelling: “Student is in staat om tot drie te tellen in het Nederlands”.
Sokhoen schrijft 1,2,3 in het Khmer en Martin vertaald dit naar een, twee,
drie. Hij laat de klas dit opdreunen en vervolgens iedere leerling apart. En
ja hoor, het lukt. Ze blijken in staat om tot drie te tellen in het Nederlands.
Gedurende de twee lesdagen checkt Martin herhaaldelijk of ze het nog kunnen en hij
is heel tevreden dat deze leerdoelstelling behaald is. En terecht behaald want concreet waarneembaar, meetbaar en toetsbaar.
Het is goed om te zien dat de docenten vervolgens ook in
staat zijn om hun eigen lesdoelstellingen concreter te maken. Niet meer een
algemene doelstelling als ‘de les gaat over het verzorgen van patiënten, handen
wassen of zwangerschapszorg’ maar, na ze individueel en in groepjes te hebben laten
werken, komen er doelstellingen als; ‘de student is in staat om een bloeddruk
te meten’ of ‘student gebruikt twee schone handdoeken om zijn handen af te
drogen’. Etc.. Mooi, het gaat lekker. Onhandig blijft taal en vertaling maar er
wordt gewerkt.
Wel volgt er een culturele botsing. Martin is Martin en heeft zich niet zo goed aangepast. De calvinistische
Hollander vergist zich in de siësta houdende Cambodjaan. De afspraak is dat er
middagpauze is van 12 tot 2 uur. Wanneer Martin zijn klas om 5 voor 12 laat gaan
blijken de uitgangen bij de trappen al met ijzeren schuifhekken te zijn
gesloten. Ja, normaal gesproken begint men om 11.30 uur aan de middagpauze en dan
wordt het gebouw afgesloten. Gelukkig is er nog iemand te vinden die het hek
opent. Wanneer Martin om 5 voor 2 terugkeert op het RTC is het terrein compleet
verlaten. Daar staat hij in de bloedhete zon en geen sterveling te zien. Nou ja, een paar koeien scharrelen rond. Om 5
over verschijnt zijn eerste leerlinge. De kleinste en meest bescheiden docente
in zijn klas. Vanzelfsprekend heeft zij geen sleutel. Vervolgens arriveren er
groepjes gewone studenten en om kwart over twee komen er wat stafdocenten
waaronder Seylak. Mooi, dan kan in ieder geval de deur open en Martin naar zijn
lokaal waar de ventilatoren aan het plafond kunnen gaan draaien. Om half 3 komen
er 4 docenten in zijn klas bij maar is zijn vertaler nog afwezig. Okay, 5 studenten
aanwezig en Seylak kan Engels dus Martin besluit te beginnen. Zijn vraag aan de
docenten is als volgt; “Wat doe je wanneer je klas om 2 uur begint en om kwart
over twee zijn er nog geen leerlingen?” Geen antwoord maar wel een besmuikt
kijkend klasje. Die Barang teacher Martin is duidelijk niet blij dat hij op
zijn leerlingen heeft moeten wachten. Maar waarom komt hij dan ook zo
vroeg? Martin probeert uit te leggen dat zijn lesplanning (tijdlijn) op deze
manier in de war loopt en complimenteert uitgebreid de docente die wel om 2 uur
aanwezig was. Hij doet de voorspelling dat zij als enige de volgende ochtend om
8 uur aanwezig zal zijn. De rest van de middag wordt er in een goede sfeer
verder gewerkt.
Op vrijdagochtend zitten er 6 docenten in de klas te
wachten wanneer Martin om 5 voor 8 de klas binnenstapt. Met een stralende
glimlach begroet hij zijn klas en de docenten lachen hem vrolijk toe. Mooi, het
wordt een gezellige dag. Het programma is dat Martin zelf tot de korte ochtendonderbreking
nog wat instructie geeft over het gebruik van het zogenaamde onderwijsleergesprek.
Dit toch wel wat complexe model brengt hij terug tot het simpele gegeven dat
het nuttig is dat docenten vragen stellen aan de klas om zo de studenten te
stimuleren zelf na te denken. Vervolgens laat hij de docenten in groepjes van 3
hun huiswerk (maak een lesplan van 15 minuten) bespreken en verder uitwerken
opdat ze ’s middags allemaal een korte les kunnen presenteren. De middagsessie
begint stipt om 2 uur en om half 5 hebben ze allemaal hun les gepresenteerd en daarover
feedback ontvangen.
Martin zit achter in de klas en turft het gedrag van docent
en klas. Uiteraard verstaat hij niets van de lessen maar er valt voor hem meer
dan genoeg te zien om zelf ook wat zinnige opmerkingen te maken over het gedrag
van de docenten. Tot slot geeft hij de sleutelhanger met twee Hollandse
klompjes aan de docent die in zijn ogen de beste les heeft gegeven.
De workshop
wordt afgerond door Ans die de VSO certificaten uitdeelt. Om 5 uur gaat een
ieder tevreden naar huis. Het zijn twee leuke dagen geweest. Met Seylak heeft
Martin afgesproken om te gaan werken aan een ‘follow up’.
Tevreden zitten Ans en Martin om half 6 op het terras langs
de rivier samen met Biju een biertje te drinken. Het is een vruchtbare week
geweest en we hebben wat meer mogelijkheden gecreëerd om verder te werken met ziekenhuis
en RTC.
Li Hai
Goed bezig geweest!
BeantwoordenVerwijderenBye bye, Marita