zondag 21 juni 2015

Kampuchea






Terwijl Ans aan de slag is met de studenten in het ziekenhuis is Martin in Phnom Penh.
Zondagochtend arriveert hij om 6.45 uur bij het busstation om te constateren dat de bus naar Phnom Penh al vertrokken is. Daar wordt hij niet vrolijk van en mopperend rijden we naar Polen om te vragen of hij de minivan voor ons wil bellen om te zien of er een mogelijkheid is om om 13.00 uur te vertrekken. Er is nog een plekje vrij en dus vertrekt Martin ’s middags. De minivan heeft een kortere reisduur dan de bus. Hij rijdt sneller, neemt een kortere route en maakt geen tussenstops. Toch geeft Martin de voorkeur aan de gewone bus. De minivan rijdt gewoonlijk ’s nachts. Rond een uur of 3 word je opgehaald en dat is een tijd waar Martin niet van houdt. Het lijkt leuk om vroeg in de middag te arriveren maar het volgepropte busje is weinig comfortabel en de rammelende nachtrit en het gebrek aan slaap maakt dat hij twee dagen afgemat en duf is. Daarnaast vindt Martin het gevaarlijk. De chauffeur van deze zondagmiddag presteert het om in een kleine 6 uur naar Phnom Penh te scheuren. Met zijn hand op de claxon probeert hij alles en iedereen te passeren. Een aantal honden weet hij remmend en sturend ternauwernood te ontwijken. Voor een koe en een mens moet hij vol in de remmen om een aanrijding te voorkomen en over het gevaar van tegenliggers zullen we maar zwijgen.
Nee, Martin geeft de voorkeur aan de gewone bus die er 10 of 11 uur overdoet. 



Het is fijn om Annemiek te zien. We gaan een biertje drinken in het buurtcafé en kletsen de avond verder weg.



Annemiek is het inmiddels gelukt om kaartjes voor de voetbalwedstrijd te kopen dus daar hoeft Martin op maandag niet achteraan. Hij neemt op maandagochtend een tuk-tuk naar het VSO kantoor om de bonnetjes en andere administratieve zaken van Ans weg te brengen en wandelt vervolgens door een warm Phnom Penh op zoek naar hechtnaalden en tekenspulletjes. 

Hij is blij dat hij in een grote kantoorboekhandel een kneedgum weet te vinden, een setje prima potloden (H2, HB, B, B2, B4, B6) en een fraai Chinees schetsboekje. Voor Cambodjaanse begrippen is de $5,= die hij moet betalen veel geld maar hij schat in dat een zelfde assortiment in Nederland heel wat duurder is. Tevreden gaat hij bij de Pagode aan het eind van Annemieks straat een flesje water drinken en kijkt hij naar een groepje Cambodjanen wat een variant van schaken zit te spelen. Pagodes zijn een oase van rust in het krioelende stadsleven.



’s Avonds wanneer Annemiek terug is van haar werk gaan we terwijl de regen begint te vallen in de stad bij een Irakees eten.

De temperatuur begint in Cambodja inmiddels wat te zakken. Annemiek beschikt over airco in haar slaapkamer. Dit maakt dat het aangenaam koud is om te slapen. Al is alles maar relatief natuurlijk. Haar slaapkamer is inderdaad lekker koud vergeleken met de woonkamer. De airco staat op 25 °C en grappig genoeg ervaren we dat dus als koud.

Dinsdag is een druilerige dag in Phnom Penh. Martin doet wat boodschappen en blijft verder lekker in Annemieks huisje. Wat lezen en de tekenspulletjes uitproberen door de monnik met paraplu op de kaft van de Lonely Planet Cambodja na te tekenen. Het regenseizoen begint op gang te komen. Martin maakt zich wat zorgen over de wedstrijd van die avond. Het regent vanaf een uur of twaalf en wanneer de dikke miezer over zou gaan in een echte tropische bui dan stroomt de stad en het voetbalveld over. Gelukkig wordt het om een uur of 5 droog.



Tijdens het ritje met de tuk-tuk pikken we een collega van Annemiek op en lopen de straten langzaam vast. Altijd leuk om in een grote menigte richting het stadion te trekken. We kopen wat blikjes bier (geen probleem in het stadion) en snacks bij de supermarkt en voegen ons in de stroom. Jonge Cambodjanen, blauwe voetbal shirts, hier en daar een vlag en overal lachende gezichten. Cambodja – Afghanistan, 2e kwalificatie voorronde voor het WK in 2018.















Het nationale stadion in Phnom Penh is een grote betonnen bak waar schijnbaar zo’n 50.000 man in kunnen. Wij hebben voor $10,= kaartjes voor de hoofdtribune. De kaartcontrole verloopt eenvoudig en in een mum van tijd zijn we binnen. Er zijn geen genummerde rijen en geen stoeltjes dus een ieder zoekt gewoon een plekje op het beton om te gaan zitten. 
Ondanks dat Cambodja vorige week kansloos met 4-0 van Singapore heeft verloren loopt het stadion helemaal vol.  De sfeer is prima. Het voornamelijk jonge publiek amuseert zich met de schallende muziek en het nemen van ‘selfies’. Tijdens de volksliederen is men gepast stil (Afghanistan) dan wel klapt en zwaait men uitbundig (Kampuchea).

Binnen een paar minuten is het Martin duidelijk dat er van voetbalkwaliteit bij beide teams weinig te genieten zal zijn. De Afghanen lijken over een iets betere basistechniek te beschikken en zijn groter dus hij is niet optimistisch over de kansen van de kleine Cambodjanen. Dit gezegd hebbende heeft hij vervolgens genoten van de wedstrijd en met name van de reacties van het publiek. Ach, ach wat zijn wij in Nederland verwend en kritisch. Hier geen tactisch of technisch steekspel maar gewoon rennen, vliegen en je best doen. En eigenlijk geen overtredingen. Wel suffe ongelukjes door gebrek aan techniek maar geen enkele ‘professionele’ spel bedervende overtreding. Een verademing. 

Wanneer een Cambodjaanse verdediger per ongeluk een Afghaanse bal weet te onderscheppen door hem over de zijlijn de schieten wordt hij beloond met een groot applaus. Wanneer het iemand lukt om een bal aan te nemen, vervolgens met een hakje iets met die bal doet en hem prompt kwijtraakt is het publiek in extase over de aanname en het hakje. 


De wave rolt door het stadion en loopt niet vast op de eretribune. Massaal zwaait men met aanstekervlammetjes en er is voortdurend enthousiasme. Heerlijk. Je zou ze een doelpunt gunnen. Maar dat zit er niet in. Wel diep in de tweede helft een bal op de paal en dan slaan de Afghanen 5 minuten voor tijd toe. 0-1. BAH. Even is de sfeer op de tribune bedorven en zitten de Cambodjaanse spelers gebroken op het veld. Na de aftrap is het enthousiasme weer groot en zelfs na afloop blijven de mensen op de tribune. De verslagen Cambodjanen lopen een ereronde en een oorverdovend applaus en gejuich rolt van de tribune. 


Een eervolle nederlaag en een prima wedstrijd. Geen enkele reden voor gezeur of teleurstelling. Het was een mooie happening. Ja, ze kunnen nog een heleboel voetbal van ons leren maar zij beleven meer lol aan een wedstrijd dan wij. Het zijn een soort vrolijk lachende Feyenoordsupporters tot de 10e macht.  Het is mooi om te zien hoe ze met z’n allen achter hun Kampuchea staan. De volgende tegenstander in oktober is Japan. Kijken of ze dan weer zo vrolijk zijn.









Woensdag gaat Martin met Annemiek mee naar haar werk. Zij heeft geregeld dat zij deze dag in de rechtszaal moet werken. Een zittingsdag van het ECCC, Extraordinary Chambers in the Court of Cambodia, ofwel het Khmer Rouge Tribunaal.







Het tribunaal is werkzaam aan twee hogerberoepzaken.  
Nuon Chea (brother number two) en Khieu Samphan, beiden lid van de communistische partij Kampuchea en naaste medewerkers van Pol Pot zijn veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens misdaden tegen de mensheid maar nu loopt het hoger beroep. 


Volgens Annemiek en haar collega’s heeft Martin geluk. Er staan 3 getuigen verklaringen op de rol en hij krijgt de kans om alle betrokkenen in actie te zien. Toeschouwers kunnen plaatsnemen op de publieke tribune. Fototoestel is verboden, net als sigaretten, drinken en kauwgum. Aan het begin van de dag zit Martin samen met twee Cambodjanen achterin de zaal. De rechtbank is door een glazenwand afgescheiden van de publieke tribune, er hangen televisie schermen en speakers. De eerste getuige is een man die tijdens de Pol Pot periode verantwoordelijk was voor de rijstverdeling in een dorpje waarbij een dam werd aangelegd. Hij is opgeroepen door de verdediging en getuigd over zijn werkzaamheden als opzichter. Hij heeft 50 man onder zich en zij zijn verantwoordelijk voor de aanleg van een dam. ‘Nee, hij heeft geen executies gepleegd’ en ‘Ja, hij heeft zijn best gedaan om het spaarzame voedsel eerlijk te verdelen.’ 
Tijdens zijn verhaal wordt de eerste grote groep Cambodjanen door de bewakers de publieke tribune opgeleid. Bedeesd en onder de indruk van de rechtszaal schuifelen ze door de rijen naar hun stoelen. Onder hen zijn relatief veel jongeren die zelf het Khmer Rouge regime niet hebben meegemaakt. Het geluid op de tribune is in Khmer en zij kunnen de rechtsgang goed volgen. Wanneer iemand aan het woord is zoemt het televisiebeeld in zodat ook de getuige, die met zijn rug naar het publiek zit, goed te zien is. Martin heeft een koptelefoon waarop hij de simultaan vertaling in het Engels krijgt waardoor ook hij vraag en antwoord goed kan volgen.



De tweede getuige is een zogenaamde ‘Civiele partij’. Slachtoffers van het regime mogen komen getuigen over hun lijden en verwondingen en hun vraag aan de rechters voorleggen. Op de publieke tribune zitten inmiddels zo’n 300 Cambodjaanse toeschouwers.

Het verhaal van deze vrouw gaat over het werkkamp waar zij met enkele duizenden lotgenoten moet werken aan de aanleg van een vliegveld. Weinig tot geen eten, sjouwen met 50 kg wegende zakken cement, grond afgravingen, werk- en leefomstandigheden etc. Al met al een emotioneel en ontroerend betoog. Voor haar zaak is relatief weinig tijd uitgetrokken dus alle partijen (Civiele partij, aanklagers en verdediging) komen aan bod.




Na de middagpauze gaat haar getuigenis verder en is er een nieuwe groep publiek. Ongeveer 200 toeschouwers waaronder een groep monniken. Opvallend is dat deze monniken op hun stoelen blijven zitten terwijl alle anderen moeten opstaan bij de binnenkomst van de rechters.
Tot slot van haar verhaal mag de vrouw aan de rechters verklaren wat haar persoonlijke klacht is. Huilend vertelt ze zich bedrogen te voelen door het regime. Er was beloofd dat er vrijheid en overvloed voor de mensen in Kampuchea zou zijn. De Communistische heilstaat bracht haar echter dwangarbeid, uithongering, angst en een gebroken lichaam. Zij vraagt de rechters om gerechtigheid. “Waar was de vrijheid die ons beloofd werd??”

Aan het einde van de zittingsdag begint men aan het verhoor van een oudere man. Hij is boer maar was een militair in het leger voordat Pol Pot met zijn Khmer Rouge Cambodja veroverde. Zijn zitting zal in de volgende dagen verder gaan.


Martin is onder de indruk van de rechtbank. Natuurlijk ervaart hij vaderlijke trots om Annemiek te zien zitten maar hij luistert de hele dag geboeid naar de vragen en antwoorden. Mooi is dat er zo’n 500 Cambodjanen deze dag bijwonen. Volgens Annemiek is dat iedere zittingsdag het geval dus dat betekent dat vele 10.000-en deze rechtsgang kunnen volgen. Of het tribunaal succesvol is valt moeilijk te beoordelen want het is een complex machtsspel. Iets waar Annemiek uitvoerig over kan vertellen.

Martin heeft genoten van zijn bezoek aan Annemiek. De busreis terug naar Stung Treng duurt zo’n 10 uur. Op vrijdag arriveren de VSO-ers uit Nederland om de opnames voor de Socuteraspot te gaan maken. Gisteren, zaterdag een vakantiedagje. Een dagje met de boot op de rivier. En ja hoor, het regent. Voor het eerst sinds ons verblijf in Cambodja. En ja, ook nu zondagochtend regent het stevig. Het regenseizoen is begonnen.




Volgende week een blog over VSO Nederland in een nat Cambodja.





Li Hai



zondag 14 juni 2015

Laat mij maar even







Weerlichten, gerommel en windvlagen. De dagen passeren wachtend op verkoeling van de moessonregens. Slechts af en toe een kletterbui, net genoeg om een beginnend idee van regenseizoen te krijgen. De lokale bevolking maakt zich wat ongerust. Het zou meer moeten regenen, het is te warm en te droog voor de tijd van het jaar. Maja zal wel denken. Wanneer Ans en Martin op vakantie zijn schijnt de zon. Waar anderen hun vakantie doorbrengen op ondergelopen campings klaart het op wanneer Martin en Ans verschijnen. Nou Maja, van ons mag het wel even regenen. Al schat Martin in dat als het iedere dag regent en de straten onder lopen we dat snel zat zijn. Voorlopig is het een kwestie van veel geschreeuw maar weinig daden. De ventilatoren maken overuren en onze elektriciteitsrekening is verdubbelt tot $40,-. In vergelijking met Biju die, nu hij een baby in huis heeft, ongeveer dag en nacht de airco aan heeft staan, zijn ventilatoren goedkoop. Hij betaalt inmiddels $140,= per maand extra voor elektriciteit.


Ondanks dat het zonnetje schijnt of misschien wel mede daarom zit het Ans deze week wat tegen. Er lopen studenten stage in het ziekenhuis maar de praktijkbegeleidsters laten het in haar ogen af weten. Ans is druk aan het werk met de studenten terwijl de praktijkbegeleidsters er de kantjes vanaf lopen. In de ogen van Martin is dit de klassieke valkuil. De verloskundigen van het ziekenhuis die zelf de studenten zouden moeten begeleiden laten dit graag over aan Ans. Onhandig is en blijft de gebrekkige communicatie. 



Ans zou graag de zaakjes voortvarender aanpakken maar Sovann, haar vertaalster, beschikt toch over te weinig Engels om snel en accuraat te vertalen. Lastig en naast alle culturele verschillen in normen en waarden af en toe moeilijk om te hanteren. Zwangere assistenten zijn in de praktijk minder goed dan Ans zou willen.


Bah, en dus loopt ze nu wat chagrijnig, en geïrriteerd te zijn. “Ik ben er helemaal klaar mee” en “Laat mij maar even”. “Ach, dat is het leven” en “Go with the flow” zijn dan opmerkingen die Martin beter voor zich kan houden. “En, ben je al aan je blog begonnen?” terwijl Ans weet dat Martin eerst lui de Volkskrant, met dank aan Michiel van Gerwen, heeft zitten lezen en daarna wat aan zijn tekening heeft zitten prutsen. “Nee, geen idee waar het blog over moet gaan” en hij kan het vervolgens ook niet laten om grijnzend Goethe te citeren: "Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt" ofwel poppetje lacht, poppetje huilt.


Vorige week was Ans enthousiast over de vorderingen nu baalt ze van het gebrek daar aan. Het zij zo. Per saldo constateert Ans ook dat er wel degelijk meer door de studenten gedaan wordt dan in de vorige stageperiode dus het is allemaal niet zo zwart wit. Er worden wel degelijk stapjes gemaakt.



Martin amuseert zich tijdens zijn conversatielessen met een groep tweedejaars studenten op het RTC. Ze zijn gemotiveerder dan hun leraren of de ambtenaren van het Provinciaal Onderwijs Bureau. Aangezien het doel van de lessen is om, door met elkaar te spreken en naar elkaar te luisteren, de Engelse spreekvaardigheid te verbeteren hoeft Martin zich niet bezig te houden met het uitleggen van allerlei werkwoordvervoegingen, zinsopbouw, het gebruik van voorzetsels of onhandige grammatica. Dat zijn de zaken die Joyce, de Amerikaanse Missionary Nurse, voor haar rekening neemt. Praatje pot voor Martin. En een bron van interessante verhalen over het leven in Cambodja.

En ja, dat is echt wel compleet anders dan opgroeien in Nederland. De gemiddelde leeftijd van deze studenten is ongeveer 22 jaar en ze zijn in die zin goed te vergelijken met Annemiek en Michiel. Leuk kletsen dus.




Bruggetje. Over Annemiek gesproken. Zondag vertrekt Martin richting Phnom Penh om op dinsdag samen met Annemiek naar het FIFA WK 2018 kwalificatieduel Cambodja-Afghanistan te gaan. (Wanneer het hem tenminste lukt om op maandag kaartjes bij het stadion te bemachtigen.) Annemiek is afgelopen week naar Cambodja-Singapore  0-4 geweest en heeft zich prima geamuseerd en dacht dat het wel leuk is om met haar vader naar de volgende wedstrijd te gaan. Goed gedacht. Daarnaast een mooie gelegenheid om ook een dag op de publieke tribune van het Khmer Rouge tribunaal te gaan zitten om te zien hoe Annemiek in Phnom Penh bezig is.

Donderdag reist Martin terug naar Stung Treng. Voor Ans een weekje om rustig haar eigen gang te gaan alvorens het team van VSO Nederland arriveert. Die komen volgende week vrijdag om dan na het weekeinde hun socutera film te maken. Spannend en leuk.

Samen met de stroom valt de ventilator uit. De laptop kan nog een paar uur energie uit de accu halen. Doorwerken of afsluiten? Het is lastig inschatten hoelang de stroomstoring duurt en een lege accu is vervelend. Afsluiten dan maar.
En nu maar hopen dat er vannacht weer stroom is. Slapen zonder ventilator betekent ronddrijven in bed. Dat was alleen vroeger fijn toen we onder onze dekbedden op het waterbed sliepen. 

Morgen weer een dag. 




Li Hai



zondag 7 juni 2015


Een blik Koreanen








Koica, Korean International Cooperation Agency, heeft de afspraak gemaakt om een grote basisschool in Stung Treng op te fleuren. Teacher Park, onze tekenleraar, en Sol werken voor deze overheidsorganisatie en zijn verbonden aan het RTTC (regionaal teacher training center) waar ook onze Marissa werkt. Het is een goede gewoonte van de VSO-ers om waar mogelijk andere ontwikkelingsorganisaties te helpen. Zo zijn we dan ook vlot bereidt om Koica, Park en Sol te helpen met het opknappen van de basisschool waar de aankomende onderwijzers van het RTTC lessen geven. Er komen 10 jonge Koreanen naar Stung Treng om deze klus samen met de studentonderwijzers te klaren.



Het plan is identiek aan het werk wat de VSO vrijwilligers in januari samen met de jongeren van ICS-VSO op een school in Thala Barivat hebben gedaan. De aanwezige speeltoestellen worden geschuurd en van een fris kleurtje voorzien. Oude autobanden worden beschilderd en kunnen vervolgens dienst doen als speeltuig Een schoolmuur wordt voorzien van een muurschildering. Teacher Park heeft ter voorbereiding al een tekening op de muur aangebracht. Afgelopen zondag zijn we een dagje aan de slag geweest.



Op zaterdagavond is iedereen uitgenodigd om bij Ponika, pizza en pasta te komen eten om met elkaar kennis te maken en het plan voor de zondag te bespreken. Wanneer Ans en Martin op de brommer arriveren komt Polen, de eigenaar, ze tegemoet. Het spijt hem maar we kunnen vanavond niet eten want zijn restaurantje zit helemaal vol. Geen plaats. We kunnen volgens Martin gewoon aan hun vaste tafeltje buiten zitten maar begrijpen de stress van Polen. Eten maken voor zo’n 20 man die allemaal tegelijkertijd hun maaltijd willen hebben is niet iets wat bij Ponika vaak voorkomt. Polens gezicht klaart op als we melden dat we bij de Koreanen horen. Binnen zijn de kleine tafeltjes bezet door groepjes Koreanen. De wat grotere ronde houtentafel is voor de VSO-ers gereserveerd. Sol, de enige die Engels spreekt, en Park komen ons begroeten. Wanneer Rolly, Marissa en Beata zijn gearriveerd kan het rondje voorstellen beginnen. 

De Koreanen hebben een mondje Khmer geleerd maar spreken geen Engels. Het voorstelrondje levert dan ook weinig informatie op. Het zijn Aziaten dus ze kunnen beleefd hun handen vouwen en hoofdbuigingen maken. We begrijpen dat ze vanuit heel Cambodja naar Stung Treng zijn afgereisd en voornamelijk werkzaam zijn met iets in computers. Ze begrijpen van ons dat we in Stung Treng werken. Het plan voor de zondag is simpel. We spreken af om 7 uur te beginnen. De pasta en pizza’s smaken goed.
Om 9 uur vertrekt een ieder en Ans en Martin kletsen met Polen en zijn vrouw, van wie Martin de naam steeds vergeet, aan hun tafeltje buiten nog even verder.



Zondagochtend zijn de meesten om 7 uur present. Sol heeft aan Martin gevraagd of hij foto’s wil maken en dat vindt hij prima. In verven heeft hij niet veel trek aangezien hij geen oude kleren bij zich heeft. Hij wil het  risico een van zijn twee broeken vies te maken liever uit de weg gaan. Om in zijn slobberige zwembroek rond te gaan lopen is voor hem geen optie.


De studenten van het RTTC zijn inmiddels aan de speeltoestellen begonnen, de muur is voor de Koreanen dus Beata en Ans besluiten zich over de autobanden te ontfermen. De spulletjes worden uit de school gesleept en men kan aan de slag. Onhandig voor Ans en Beata is dat ze voor hun verfblikken afhankelijk zijn van de ploeg die met de schommels en de glijbaan bezig is. De verf die zij overlaten kan gebruikt worden voor de banden. Ze besluiten dan ook om de banden eerst maar in de grondverf te gaan zetten. 



De Koreanen gaan eerst ontbijten. Ans en Martin hebben thuis al hun boterhammen gegeten. Martin besluit een hapje mee te eten maar Ans en Beata willen aan de slag. Het is ze inmiddels gelukt om een blik blauwe en witte verf te bemachtigen.
Het openen van de grote emmers muurverf met behulp van een bijl blijkt lastig maar nadat Park thuis een schroevendraaier heeft gehaald kunnen de emmers open en gaan ook de Koreanen aan de slag.



Eigenlijk vinden we het helemaal niets dat er enkel volwassenen aan het werk zijn. In Thala Barivat speelden de kinderen van de school tenminste nog een rol in het wieden van het schoolterrein en konden ze een handafdruk plaatsen op de muur waar een boom werd geschilderd. Hier is helemaal geen rol voor de kinderen bedacht. Op de een of andere manier gaan ze ervan uit dat de kinderen er een zooitje van zullen maken. Of dat een grote groep oncontroleerbaar is en er ongelukken gebeuren of wat dan ook.



Martin vindt het onzin. In Thala Barivat renden 10-tallen kinderen gewapend met hakmessen rond, staken grote bergen afval in de fik, knuppelden een slang dood en met verf knoeien zou gevaarlijk zijn? Er lopen nu zo’n 40 mensen rond, aankomende leerkrachten voor het grootste deel. Die zouden toch in staat moeten zijn om een groep kinderen mee te laten helpen? Kinderen spelen wat dit betreft echter geen rol in Cambodja. Iets waar we misschien eens een blog aan kunnen wijden. De relatie tussen kinderen, ouders en ouderen is anders dan wij in Nederland gewend zijn.

Maar goed, het schoolterrein wordt opgeknapt en dat is wat waard.



Ans heeft geen taal nodig om het aanwezige groepje nieuwsgierig toekijkende kinderen in te schakelen. Al snel heeft ze hen uitgerust met kwasten en zijn de kinderen geconcentreerd bezig om de autobanden te beschilderen. Onze redenering is dat wanneer kinderen zelf een bijdrage hebben geleverd aan het opknappen van hun omgeving ze er later meer zorg aan besteden. Misschien een verkeerde veronderstelling maar het is ook gewoon leuk om ze erbij te betrekken. Typisch Nederlands zullen we maar zeggen.


Terwijl de Koreaanse meiden ijsjes eten en zich amuseren met de kleine Cambodjaanse kinderen is teacher Park in de bloedhete zon zijn walvis aan het schilderen. Zoals te verwachten brengt hij schaduwpartijen aan om de vis mooi rond en dik te maken. 


Goed om te zien dat hij zoveel aandacht schenkt aan zijn schildering. De anderen mogen het water en de kleinere vissen schilderen, de walvis is voor hem.



Rond 11 uur zijn de speeltoestellen geschilderd en heeft Park de laatste streepjes op de muur gezet. Martin maakt de traditionele groepsfoto’s en de afspraak is dat men om een uur of 3 terug zal komen om de banden hun definitieve plaats te geven. Het probleem voor Beata en Ans is dat er nu pas echt verf vrijkomt om de banden te gaan kleuren en die zullen droog moeten zijn voordat ze geplaatst kunnen worden. Terwijl een ieder tevreden vertrekt voor een langdurige siesta besluiten Beata en Ans om verder te gaan met schilderen.







Na Beata duidelijk te hebben gemaakt dat de minder fraaie banden door de RTTC studenten zijn afgeraffeld en niet door de aanwezige kinderen zijn mishandeld is ook Beata bereidt om de kinderen in te schakelen.



Manmoedig werken de twee dames met de kinderen verder op het inmiddels verlaten schoolterrein. Martin vertrekt ook naar huis om te lunchen en zijn Koicafoto’s te selecteren. Daarna keert hij terug naar het schoolterrein met boterhammen en flessen water voor Beata en Ans. Om 3 uur verschijnen Marissa en een aantal docenten om de fleurige banden hun definitieve plaats op het schoolterrein geven.





De school is ons dankbaar dat we het terrein hebben opgeknapt en we worden uitgenodigd om ’s avonds aan te schuiven bij het diner dat door een aantal vrouwelijke docenten verzorgd zal worden. Wanneer we om 6 uur bij de school aankomen merken we dat we te vroeg zijn en maken we nog een rondje langs de rivier om naar de zonsondergang te kijken. Het eten; rijst, vis, Khmer soep en een mangosalade is zoals we inmiddels van de Cambodjaanse keuken gewend zijn. Het Koreaanse groente gerecht, wat Sol uit Phnom Penh heeft meegenomen, bestaat voornamelijk uit chilipepers; zuur en gloeiend heet. Ans ervaart het als heel bijzonder om met zoveel verschillende nationaliteiten door elkaar op de grond van een klaslokaaltje te zitten en met stokjes wat te eten.


Op maandag, internationale kinderdag is een vrije dag in Cambodja, gaan de Koreanen een dagje uit naar Ban Lung. Martin heeft geen zin om uren in de minivan te gaan zitten om de watervallen en het kratermeer te bezoeken waar we tijdens onze vakantie in 2013 geweest zijn. Ans is socialer ingesteld en stapt ’s ochtends om 6 uur in de minivan voor een dagje natuur in Ratakaniri.




VSO Stung Treng heeft haar vriendelijke gezicht getoond aan Koica en volgende week mogen we opnieuw aanschuiven wanneer de Koreaanse directeur van  Koica-Cambodja Stung Treng bezoekt. We zullen zien of zijn Engels beter is dan dat van Teacher Park en de Koreaanse jongeren. In ieder geval zullen we hem beleefd hoofdknikkend en buigend begroeten.






Li Hai


zondag 31 mei 2015

Ontmoeting

  





Pinksterzondag gaan we met de brommer op pad. Niet dat we ons bewust zijn van Pinksteren. Christelijke feestdagen staan in Cambodja niet op de kalender en aangezien we ook geen benul hebben gehad van Hemelvaartsdag zijn we door alle andere nationale vrije dagen het Hollandse spoor bijster geraakt. We gaan toeren voor de leuk. In Nederland zouden we gaan fietsen of wandelen. We realiseren ons dat dit beter is voor de conditie maar beide activiteiten zijn in Cambodja eigenlijk geen optie. Daargelaten de wat wrakkige fietsen zijn de afstanden te groot, de onverharde wegen te slecht en met name de temperatuur te hoog. Het platteland en de jungle zijn ondoordringbaar. Er zijn weinig wegen. Zonder een gids een wandeling maken is waanzin. Er zijn geen paden wel enge beesten, ondoordringbare doornenstruiken en in de grensgebieden veel, heel veel, landmijnen. En de provincie Stung Treng grenst aan Laos. Nee, we zijn blij dat we beschikken over onze Honda 125 cc met boodschappenmandje en uitjes mogelijkheid.


We besluiten langs onze kant van de San rivier richting Kamphun te rijden. De laatste maal dat we deze richting hebben genomen is met Annemiek en Michiel geweest. Zwaaiende en dansende kinderen. Ans heeft onlangs in het Health Center gewerkt en het is haar opgevallen dat er nu bij de huizen veel sla gekweekt wordt. Martin wil een aantal huizen fotograferen. Hij heeft veel foto’s van mensen, rivierlandschappen en zonsondergangen maar op zich weinig huizen. Hij schroomt zich niet om op mensen die ergens aan het werk zijn af te stappen en te vragen of hij een foto van ze mag nemen. 


Grappig genoeg heeft hij er wel moeite mee om vanaf de weg hun huizen te fotografen. Dat ervaart hij als een soort van naar binnen gluren.


Maar goed, hij wil nu wat huizen en horizonnen. Niet enkel om de verzameling foto’s uit te breiden maar ook om ze als achtergrond te kunnen gebruiken voor zijn tekeningen. Ans oefent, na een aantal portretten, op al of niet verfrommelde blikjes bier. En met  verbluffend succes mogen we wel stellen. Martin blijft oefenen op mensen maar wil ze vervolgens in een landschap plaatsen. Dus modelhuizen en -horizonnen gevraagd. Dat er boven een horizon geen onbewolkte witte luchten aanwezig zijn stelt hem voor een geheel nieuw tekenprobleem. Maar dit terzijde.



Na de lunch, op het heetst van de dag, gaan we op pad. Op de een of andere manier lukt het ons (Martin) niet om
’s ochtends vroeg te vertrekken. We vullen bij ons water- annex brandstofkraampje de tank met 3 liter benzine en vertrekken gewapend met fototoestel en flesjes water richting Sesan en Kamphun. Deze weg is behoorlijk breed en goed te doen. Links van ons ligt de rivier op apegapen en rechts wacht een dor, droog en kaal landschap op het regenseizoen. Het uitgesleten rijgeultje is niet al te diep en de weg is aardig stevig platgewalst dus we kunnen stof happend goed doorrijden. De wat gammele houtenbruggetjes dwingen tot voorzichtigheid maar vormen nauwelijks meer een probleem.
 


Zodra de eerste huizen van Sesan verschijnen zien we inderdaad overal lange houtentafels met daarop frisgroene slaplantjes. Netten beschermen de aanplant tegen vogels en het geheel ziet er welvarend uit. We zetten de brommer langs de kant en maken een aantal foto’s van de huizen en de jonge kweek. Mensen hangen in hun hangmatten in de schaduw onder hun huizen en doen wat Cambodjanen rond deze tijd doen. Niets. Wij rijden door het dorpje verder richting Kamphun. 



We passeren de middelbare school, die in dorre verlatenheid strategisch tussen de dorpjes ligt. 



Twee bruggetjes verder begint Kamphun. Direct na het Health Center zet Martin de brommer weer langs de kant om de Flamboyant boom te fotograferen die kleurig boven een rijtje winkeltjes uitbloeit. De slager die achter zijn uitgestalde brokken vlees, onder zijn luifel in de schaduw zit kijkt wat verwonderd maar knikt begrijpend wanneer Martin naar de bloeiende boom gebaart. Ja, de boom is mooi. Nutteloos, want produceert geen fruit, maar mooi.




Na een korte omleiding door het dorpje ziet Ans vervolgens een fotogenieke plek. Het stuk grond naast de weg is platgebrand en het huis wat daar achter te zien is wordt omringd door groene bananenplanten, kokosbomen en ander groenspul. Terwijl ze door de camera zoekt naar de juiste plek om de foto te maken verschijnt een man iets verderop vanuit het struikgewas. Hevig gebarend en luid roepend loopt hij, slechts gehuld in een sarong, onze kant uit. Martin veronderstelt dat hij niet wil dat er gefotografeerd wordt en Ans komt teruggelopen. De man die inmiddels bij Martin is aangekomen begint een heel verhaal af te steken. Hij wijst richting het huis en gebaart. “Ik spreek geen Khmer, Ottee Khmer,” probeert Martin hem duidelijk te maken maar de woordenvloed en gebaren gaan gewoon door. Misschien wil hij dat we richting het huis lopen om vanaf daar een foto te maken? Zijn huis misschien? Nee, niet wat hij bedoeld. Uit zijn gebaren begrijpen we dat we eromheen moeten. Martin wijst naar het paadje richting huis en gebaart ‘lopen’ met zijn vingers. Nee, ottee ottee. Een wijder gebaar, een stroom onverstaanbaar Khmer en wijzen naar de brommer maken duidelijk dat we niet moeten lopen. We kijken hem onbegrijpend aan. Met een stokje tekent hij in het wegdek dat we rechtsaf het weggetje moeten volgen en vervolgens bij een splitsing linksaf moeten rijden. Het zal wel. Martin besluit de brommer te pakken en voor de vorm een stukje het weggetje te volgen. Zijn we in ieder geval van hem af.

Er is geen pad richting het huis vanaf dit weggetje maar na een paar honderd meter is er wel een soort bospad naar links. Toch nieuwsgierig geworden door het opgewonden verhaal van de man besluit Martin een klein stukje het bos in te rijden. Niets te zien tot hij een plek ziet die hij wil fotograferen. Cambodjaans bostafereel met schroeiplek. Hij stapt af met het idee dat ze dan niet helemaal voor niets dit malle pad gevolgd hebben. Terwijl hij de foto staat te maken verschijnt tot onze verbazing de man opnieuw. Hij rijdt op een oud gammel brommertje, stopt en begint opnieuw zijn verhaal af te steken. We moeten verder. Okay. 


Slingerend volgen we hem wat verder het bos in en dan wordt ons duidelijk wat hij heeft bedoeld te vertellen.



De plek waar hij ons naartoe leidt blijkt bijzonder. Vreemde grote zwarte rotspartijen liggen in het bos. En tussen de bomen staat onder een overkapping een Boeddhistisch altaar verscholen. De zittende Boeddha met zijn 4 volgelingen staan op een verhoging uitgestald en op de voorgrond zien we veel wierook. Buiten de overkapping ligt een hoop zand, zoals we die met Khmer nieuwjaar bij de pagodes hebben gezien. Ook hierin staat wierook gestoken. Het is duidelijk dat, ondanks een grote pagode in Kamphun, dit achteraf altaar gebruikt wordt voor offergaven. 




De man betreedt het huisje en gaat knielend aan de slag met een stompje kaars en wierookstaafjes. Martin trekt zijn sandalen uit, kruipt tussen de bamboeafscheiding door en besluit wat foto’s te nemen.


Het licht is onhandig maar het ritueel vindt hij interessant om te volgen. Nadat de man zijn staafje wierook heeft neergezet en zijn gebed heeft gepreveld besluit Martin hem een 1000 Riel biljet
(25 cent) te geven. Dit legt hij aan de voeten van het beeldje waarna hij opnieuw een staafje wierook aansteekt en zijn preveling herhaalt.





Vervolgens gebaart hij richting een geestenhuisje wat verderop op een platte rots tussen de bomen staat. Op zijn hurken gezeten wacht hij totdat Martin hem volgt. Uitgebreid begint hij vervolgens opnieuw te vertellen. Hij wijst op een gat in de rotsbodem waar water in staat. Martin begrijpt uit zijn verhaal en gebaren dat het niet om regenwater maar een bron gaat. Bronwater aan de oppervlakte in een gebied waar voor grondwater 30 en soms tot wel 50 meter diepte geboord moet worden is behoorlijk zeldzaam en waardevol. De grote zwarte rotsen zijn wat ons betreft al even zeldzaam want we hebben nog niet eerder rotspartijen waargenomen. 


Uit zijn verdere verhaal wordt Martin niet veel wijs. Het woord Barang kan hij nog volgen en hij vermoedt dat de man iets over de geschiedenis en mogelijk de Fransen vertelt want een ruïne van oude bakstenen wijst erop dat hier vroeger een bouwwerk gestaan heeft.

Na de hem aangeboden sigaret te hebben opgerookt gebaart de man dat hij weer op weg naar huis gaat. Met de handen gevouwen knikt Martin hem een aantal Akhouns (dank) toe die hij al hoofdknikkend en glimlachend herhaalt. “Akhoun. Akhoun.” Zijn brommertje slaat na een aantal vergeefse kickstart pogingen aan en hij verdwijnt pruttelend tussen de bomen. Wij lopen nog wat verbaasd om de grote rotsen heen, fotograferen de witte wurgficus en constateren dat er hier ook nog jonge teakbomen groeien.

Tevreden brommeren we terug naar Stung Treng om op het terras bij de rivier een biertje te drinken en te staren naar de zonsondergang.


Ans ziet terwijl ze de rivier en de langzaam roze kleurende wolkenlucht bewondert twee jongetjes beneden aan de rivier bezig met het verzamelen van blikjes en plasticflesjes. Wanneer deze later naar boven gekomen zijn en op de kademuur gaan zitten besluit ze hen ieder 500 Riel te geven. Geld aan bedelaars geven is in het Boeddhistische Cambodja niet zo vreemd. Goed voor het Karma. Voor Ans is het echter niet zo vanzelfsprekend want normaal gesproken geeft ze niets aan bedelaars en deze jongetjes zijn aan het werk en bedelen niet.Verbaasd over het gedrag van de grote witte Barang vrouw accepteren de jongentjes de hen aangeboden Riel. 





De kleinste van de twee gaat vervolgens aan de slag om een van de grond geraapte kokosnoot te breken. Die liggen er genoeg want het drinken van kokos is hier heel gebruikelijk. Door de noot verschillende malen met twee handen hard op de grond te gooien breekt hij open. Gebroederlijk zitten ze even later het kokosvlees uit de noot te pulken en op te eten.





Maandagochtend leest Martin op Volkskrant.nl dat het Pinksteren is. Ha, denkt hij. Het was gisteren pinksterzondag, vandaar. De heilige geest leidt ertoe dat we beiden een offergave schenken om zo ons Karma een zetje in de goede richting te geven. Mooi geregeld.






Li Hai



zondag 24 mei 2015

“Een, twee, drie.”
“Good, good. Laoor, laoor.”







“Ik moet sponzen gaan zagen”; meldt Ans. Er komen studenten stage lopen in het ziekenhuis en dat betekent dat zij de komende tijd meer in de ziekenhuis aanwezig zal zijn om samen met de daar aanwezige praktijkbegeleidsters aan de slag te gaan. Cambodja is na alle nationale vrije dagen weer op gang gekomen. De hitte is nog van een ondragelijke vochtigheid en de nachten (+ 30 °C) maken het slapen moeilijk maar we zijn druk aan de slag geweest.

We zijn tevreden over het geleverde werk in de afgelopen week. Ans heeft een ‘partner review’ gedaan en Martin heeft zijn 2-daagse workshop op het RTC gegeven. Deze week een uitvoerig blog over onze werkzaamheden.

Woensdag is Neil, Ans’ nieuwe VSO health manager, op bezoek om met haar kennis te maken en met de partners te spreken over haar werk. Er moet een rapport geschreven worden over Ans haar plaatsing over de periode vanaf september 2014 tot juni 2015. Officieel is dit het eindrapport voor VSO Cambodja. Vanaf juli 2015 wordt Ans via VSO Nederland bekostigd en dat betekent rapportage technisch een nieuwe plaatsing. Een boel papierwerk terwijl er in de praktijk helemaal niets verandert. Maar goed, VSO is sterk in het produceren van formulieren en ondertekende en afgestempelde stukken. Dit alles in het kader van het verantwoorden van de geldstromen en transparantie.
Op zich een goede zaak.

Grappig is dat VSO Nederland met een delegatie afreist naar Cambodja om Ans en een andere  (jonge) VSO-er die in ‘onderwijs’ werkt te bezoeken. Ze komen half juni met een professionele filmer en fotograaf om een VSO promotiefilm te maken over het werken als vak-deskundige in Cambodja. Ans zal een van de hoofdrollen gaan krijgen. De oudere verloskundige die in erbarmelijke omstandigheden voortploetert maar optimistisch het hoofd recht houdt terwijl ze de arme en zielige Cambodjanen helpt in hun barensnood. Met een beetje geluk hebben de eerste moessonregens toegeslagen en is ons stukje Cambodja verandert in een grote blubber- en modderplas waarin het ziekenhuis half onder water staat.
 

Ans mag op zoek naar fraaie locaties om te filmen. Martin heeft al een idee om Sophea met haar baby onder te brengen in een strohut in de jungle bij Thala Borivat. Sophea kan dan in jammerend Khmer vertellen hoe Ans midden in de nacht zonder elektriciteit haar bevalling tot een goed einde heeft gebracht. Dit is niet Ans haar interpretatie, die maakt zich slechts zorgen of haar haar wel goed zal zitten. En dat zit het niet. Ans’ toch al weinige haar is door een lokaal kapstertje verwoest waardoor ze het nu zelf maar wat bijknipt. Annemiek heeft vervolgens hier en daar nog een plukje bijgewerkt. Van een fraai model is geen sprake meer. Misschien kan VSO Nederland ook een kapster opnemen in de delegatie? 
Op Martins steeds kaler wordende hoofd worden de haren trouwens netjes kort gehouden door Ans.


Maar goed. Op woensdagochtend haalt Ans Neil bij zijn hotel op om vervolgens bij ons thuis te praten over haar werkzaamheden en plannen voor de toekomst. Na de door Martin verzorgde lunch; stokbrood, omelet, tomaat, mayonaise en mango vertrekken Neil en Ans naar het ziekenhuis voor hun ‘partner review’.


Verheugend is dat veel mensen aanwezig zijn bij het overleg. Alle 5 de praktijkbegeleidsters, twee directieleden van het ziekenhuis en 2 hoofden van de EHBO en chirurgie worden aangevuld met 4 hoofddocenten van het RTC (Regional Training Center). Een zware delegatie wat we beschouwen als een succes voor Ans haar werkzaamheden. We zijn met name tevreden dat school (RTC) en ziekenhuis samen aan tafel zitten. Neil’s Khmer is niet goed genoeg om de gesprekken te leiden en Seylak van het RTC is zo vriendelijk om voorzitter te zijn. Er wordt in kleine groepen besproken wat de betekenis is van Ans haar werkzaamheden en wat ze samen verder kunnen doen. De sfeer is goed en we zijn benieuwd naar de rapportage van Neil.




De relatie met de praktijkbegeleidsters is in de loop der tijd duidelijk verbeterd. De wijze waarop ze bijvoorbeeld blij waren met Ans’ aanwezigheid op het ziekenhuisfeest vorige maand (samen eten, drinken en dansen) en de manier waarop ze meewerken aan de workshops in de Health Centers geeft aan dat de relatie verbeterd is. Afgelopen vrijdag spraken ze over hoe ze de studenten de aankomende weken kunnen begeleiden. Ze zijn enthousiast over het lesmateriaal dat Ans heeft gemaakt.






We zijn nieuwsgierig in hoeverre ze in de komende tijd daadwerkelijk meer aandacht gaan geven aan de studenten die stage komen lopen in het ziekenhuis. Dat ze nu al voor de derde maal samen met RTC docenten aan de slag zijn geweest doet ons hopen dat de samenwerking tussen ziekenhuis en RTC langzaam maar zeker van de grond komt. Wij zullen in ieder geval onze aandacht blijven richten op het vormgeven van deze samenwerking. 




Het idee dat dit partneroverleg in feite een eindevaluatie is doet ons opnieuw twijfelen aan het nut van relatief kortdurende plaatsingen. Het is wat Allan, de Filipijnse VSO-er, al eerder stelde. “Plaatsingen moeten voor minimaal 2 ½  jaar en eigenlijk voor 4 jaar zijn. Het eerste jaar is nodig om werkrelaties en netwerken op te bouwen. Dan gebeurt er weinig tot niets. In het tweede jaar kun je voorzichtig iets proberen te veranderen en vervolgens heb je 1 jaar de tijd nodig om te evalueren en aanpassingen verder uit te werken. Pas na 3 jaar kan er dan gewerkt worden aan het structureel inbouwen van de veranderingen en het verder aanpassen van structuren.” Tja, daar zit wel degelijk wat in. NGO’s en met name het geld van externe donateurs bepalen echter wat en voor hoe lang iets mogelijk is. Niet de ontwikkelingswerker op de werkvloer. ‘Business as usual’ zullen we maar denken.

Wij zijn blij en dankbaar dat VSO Nederland nog een potje beschikbaar stelt om Ans wat langer door te laten werken. Dit maakt haar werk hier in ieder geval iets effectiever. Iets meer tijd om de welwillende Cambodjanen te stimuleren en te helpen in het verbeteren van hun werk- en leefomgeving.





Een ander voorbeeld van lange adem is Martins tweedaagse workshop voor de jonge leraren van het RTC. Samen met Seylak is het plan in eerste instantie in januari besproken. De directeur geeft in februari zijn toestemming en het idee is om begin april de workshops te geven. Verschillende keren is de datum om allerlei redenen verschoven maar gelukkig is er van het uitstel geen afstel gekomen. Donderdag en vrijdag is Martin op het RTC met een groep van 8 leraren aan de slag geweest.

Martin heeft met Seylak besproken dat hij de oudere leraren, liever niet in de workshop wil hebben. De ervaring leert dat leeftijd en anciënniteit een erg belangrijke rol in Cambodja speelt. Wanneer er ouderen betrokken zijn zwijgen de jongeren eerbiedig. Nu is Martin zelf natuurlijk een heel oude Barang en dat geeft hem status maar hij is bang dat de invloed van de oudere docenten negatief uit zal pakken. 
Seylak kiest 11 jonge docenten die de workshop kunnen volgen. Dat er donderdagochtend 8 aanwezig zijn is voor Cambodjaanse begrippen een succes. Uiteindelijk valt er vrijdag natuurlijk 1 af. Helpen bij de voorbereiding van een huwelijk is in Cambodja een acceptabele reden om het werk te verzuimen. Teleurstellend is dan wel dat Martin weigert deze docent, die toch een halve workshop heeft gevolgd, een certificaat te geven.



Martin heeft geen idee hoe de workshop zal verlopen. Hij heeft zelf geen probleem met de inhoud. Lesplan schrijven, leertheorie en didactiek zijn onderwerpen waar hij in principe uren over kan vertellen. Het idee om met een groep aan de slag te gaan vindt hij leuk. De aarzeling zit hem in de taal. De docenten spreken geen Engels en hij geen Khmer. Sokhoun, een oudere docent, is bereid te vertalen maar heeft zelf weinig tot geen benul van de inhoud en zijn Engels is niet zo vloeiend dat hij makkelijk Martins geklets zal kunnen vertalen. Kortom Martin moet het klein en simpel zien te houden. In de beperking toont zich de meester moet hij maar denken.

Hij besluit zich voornamelijk te richten op het formuleren van concrete leerdoelstellingen en de lestechniek van het vragenstellen. Achterliggende doel is de docenten te stimuleren onderling te praten over het lesgeven en Seylak een ingang te bieden om met hen in gesprek te komen over het lesgeven.

Als introductie laat Martin een foto van onze besneeuwde tuin en een sleutelhanger met twee klompjes rondgaan. Uit welk land denken ze dat deze ‘Barang’ komt? De antwoorden variëren van Engeland via Korea tot 2x Rusland. Dat er op de klompjes Holland staat zien ze blijkbaar over het hoofd want de meeste aandacht en verbazing gaat uit naar de besneeuwde tuin.

Na uitleg over het schrijven van een concreet leerdoel moet er natuurlijk een voorbeeld volgen.


Martin geeft een minilesje met als leerdoelstelling: “Student is in staat om tot drie te tellen in het Nederlands”. Sokhoen schrijft 1,2,3 in het Khmer en Martin vertaald dit naar een, twee, drie. Hij laat de klas dit opdreunen en vervolgens iedere leerling apart. En ja hoor, het lukt. Ze blijken in staat om tot drie te tellen in het Nederlands. Gedurende de twee lesdagen checkt Martin herhaaldelijk of ze het nog kunnen en hij is heel tevreden dat deze leerdoelstelling behaald is. En terecht behaald want concreet waarneembaar, meetbaar en toetsbaar.  




Het is goed om te zien dat de docenten vervolgens ook in staat zijn om hun eigen lesdoelstellingen concreter te maken. Niet meer een algemene doelstelling als ‘de les gaat over het verzorgen van patiënten, handen wassen of zwangerschapszorg’ maar, na ze individueel en in groepjes te hebben laten werken, komen er doelstellingen als; ‘de student is in staat om een bloeddruk te meten’ of ‘student gebruikt twee schone handdoeken om zijn handen af te drogen’. Etc.. Mooi, het gaat lekker. Onhandig blijft taal en vertaling maar er wordt gewerkt.



Wel volgt er een culturele botsing. Martin is Martin en heeft zich niet zo goed aangepast. De calvinistische Hollander vergist zich in de siësta houdende Cambodjaan. De afspraak is dat er middagpauze is van 12 tot 2 uur. Wanneer Martin zijn klas om 5 voor 12 laat gaan blijken de uitgangen bij de trappen al met ijzeren schuifhekken te zijn gesloten. Ja, normaal gesproken begint men om 11.30 uur aan de middagpauze en dan wordt het gebouw afgesloten. Gelukkig is er nog iemand te vinden die het hek opent. Wanneer Martin om 5 voor 2 terugkeert op het RTC is het terrein compleet verlaten. Daar staat hij in de bloedhete zon en geen sterveling te zien. Nou ja, een paar koeien scharrelen rond. Om 5 over verschijnt zijn eerste leerlinge. De kleinste en meest bescheiden docente in zijn klas. Vanzelfsprekend heeft zij geen sleutel. Vervolgens arriveren er groepjes gewone studenten en om kwart over twee komen er wat stafdocenten waaronder Seylak. Mooi, dan kan in ieder geval de deur open en Martin naar zijn lokaal waar de ventilatoren aan het plafond kunnen gaan draaien. Om half 3 komen er 4 docenten in zijn klas bij maar is zijn vertaler nog afwezig. Okay, 5 studenten aanwezig en Seylak kan Engels dus Martin besluit te beginnen. Zijn vraag aan de docenten is als volgt; “Wat doe je wanneer je klas om 2 uur begint en om kwart over twee zijn er nog geen leerlingen?” Geen antwoord maar wel een besmuikt kijkend klasje. Die Barang teacher Martin is duidelijk niet blij dat hij op zijn leerlingen heeft moeten wachten. Maar waarom komt hij dan ook zo vroeg?  Martin probeert uit te leggen dat zijn lesplanning (tijdlijn) op deze manier in de war loopt en complimenteert uitgebreid de docente die wel om 2 uur aanwezig was. Hij doet de voorspelling dat zij als enige de volgende ochtend om 8 uur aanwezig zal zijn. De rest van de middag wordt er in een goede sfeer verder gewerkt.

Op vrijdagochtend zitten er 6 docenten in de klas te wachten wanneer Martin om 5 voor 8 de klas binnenstapt. Met een stralende glimlach begroet hij zijn klas en de docenten lachen hem vrolijk toe. Mooi, het wordt een gezellige dag. Het programma is dat Martin zelf tot de korte ochtendonderbreking nog wat instructie geeft over het gebruik van het zogenaamde onderwijsleergesprek. Dit toch wel wat complexe model brengt hij terug tot het simpele gegeven dat het nuttig is dat docenten vragen stellen aan de klas om zo de studenten te stimuleren zelf na te denken. Vervolgens laat hij de docenten in groepjes van 3 hun huiswerk (maak een lesplan van 15 minuten) bespreken en verder uitwerken opdat ze ’s middags allemaal een korte les kunnen presenteren. De middagsessie begint stipt om 2 uur en om half 5 hebben ze allemaal hun les gepresenteerd en daarover feedback ontvangen. 

Martin zit achter in de klas en turft het gedrag van docent en klas. Uiteraard verstaat hij niets van de lessen maar er valt voor hem meer dan genoeg te zien om zelf ook wat zinnige opmerkingen te maken over het gedrag van de docenten. Tot slot geeft hij de sleutelhanger met twee Hollandse klompjes aan de docent die in zijn ogen de beste les heeft gegeven. 





De workshop wordt afgerond door Ans die de VSO certificaten uitdeelt. Om 5 uur gaat een ieder tevreden naar huis. Het zijn twee leuke dagen geweest. Met Seylak heeft Martin afgesproken om te gaan werken aan een ‘follow up’.







Tevreden zitten Ans en Martin om half 6 op het terras langs de rivier samen met Biju een biertje te drinken. Het is een vruchtbare week geweest en we hebben wat meer mogelijkheden gecreëerd om verder te werken met ziekenhuis en RTC.








Li Hai